Psalms 56HTB2007

1Een waardevol lied van David voor de koordirigent. Te zingen op de wijs van: 'De duif op verre eilanden.' Dit lied schreef hij nadat de Filistijnen hem bij Gath gevangen namen.

2Wees mij nabij, o God, en geef mij Uw genade, want de mensen trappen mij tegen de grond. De hele dag brengen mijn tegenstanders mij in het nauw.

3Mijn vijanden tergen mij de hele dag. Tallozen staan nu boven mij en strijden tegen mij.

4Juist als alles mij angst aanjaagt, stel ik op U mijn vertrouwen.

5Op U, mijn God. Ik prijs Uw woord. Ik vertrouw op God en ken geen angst, wat zouden mensen mij kunnen aandoen?

6Zij verdraaien voortdurend mijn woorden; zij beramen kwade plannen tegen mij.

7Zij willen mij overvallen en bespioneren mij. Elke stap die ik zet, zien zij. Zij willen mij doden.

8Zouden zij, die zoveel slechts en zoveel zonden doen, kunnen ontkomen? O God, vernietig hen.

9U neemt mijn zwerftochten waar en kent elke traan die ik stort. Alles staat immers in Uw boek?

10Als ik U te hulp roep, zullen mijn vijanden terugdeinzen. Ik weet zeker dat God mij zal helpen.

11Ik loof en prijs het woord van God. Ik loof en prijs het woord van de HERE.

12Ik vertrouw op God en ken geen angst; wat zou een mens mij kunnen aandoen?

13Ik heb U geloften gedaan, o God. Ik zal ze U terugbetalen met offers waarmee ik U zal loven en prijzen.

14Want U hebt mij bevrijd van de dood, mij het leven teruggegeven. U hebt mij weer in ere hersteld. Nu mag ik weer leven voor Gods aangezicht in Zijn licht, dat leven geeft.

Copyright © 1979, 1988, 2007 by Biblica, Inc.®

Choose Translation

Switch translation for Psalms 56.

Reading Settings

Paragraph viewDisplay verses as flowing paragraphs instead of individual lines
Show verse numbersDisplay verse numbers inline
Red letterHighlight the words of Christ in red

Sign in to save your reading preferences across sessions.