Jeremiah 41HTB2007

1Maar in de zevende maand kwam Ismaël in Mizpa aan. Hij was de zoon van Nethanja en kleinzoon van Elisama, lid van de koninklijke familie en één van de hoogste functionarissen van de koning. Hij had tien mannen bij zich. Gedalja nodigde hem uit voor het eten.

2Tijdens die maaltijd sprongen Ismaël en zijn tien mannen plotseling op, trokken hun zwaarden en doodden Gedalja.

3Toen gingen zij naar buiten en richtten een slachting aan onder de Joden en de Babylonische soldaten, die zich rond Gedalja in Mizpa hadden geschaard.

4De volgende dag, nog voordat men buiten Mizpa wist wat daar was gebeurd,

5kwamen tachtig mannen uit Sichem, Silo en Samaria in Jeruzalem aan. Zij kwamen om de HERE in Zijn tempel te aanbidden. Zij hadden hun baard afgeschoren, hun kleren gescheurd en zichzelf gesneden en hadden offers en reukwerk bij zich.

6Ismaël ging hen vanuit Mizpa tegemoet en huilde. Toen hij vlakbij was, zei hij: "Kom toch mee en kijk wat met Gedalja is gebeurd!"

7Toen de mannen echter in de stad aankwamen, doodden Ismaël en zijn mannen zeventig van hen en gooiden de lijken in een put.

8De tien overige mannen wisten hun leven te redden door Ismaël te beloven dat hij hun rijke voorraden tarwe, gerst, olie en honing, die zij ergens in het open veld hadden verstopt, zou krijgen.

9De put waarin Ismaël de lijken van de vermoorde mannen gooide, was de grote put die koning Asa maakte toen hij Mizpa versterkte om zich te beschermen tegen koning Baësa van Israël. (A)

10Ismaël nam de dochters van de koning gevangen, evenals de mensen die Nebuzaradan onder de hoede van Gedalja in Mizpa had achtergelaten. Korte tijd later vertrok hij met hen naar het land van de Ammonieten.

11Maar toen Johanan, de zoon van Karéah, en de andere verzetsmensen hoorden wat Ismaël had gedaan,

12gingen zij met al hun manschappen op weg om tegen hem te vechten. De twee groepen ontmoetten elkaar bij het meer bij Gibeon.

13Toen de mensen die bij Ismaël waren, Johanan en zijn mannen zagen verschijnen, schreeuwden zij van vreugde en sloten zich direct bij hen aan.

14***

15Ismaël ontsnapte ondertussen met acht van zijn mannen naar het land van de Ammonieten.

16Daarop gingen Johanan en zijn mannen naar het dorp Geruth-Kimham, dichtbij Bethlehem. Zij namen alle bevrijde mensen (soldaten, vrouwen, kinderen en regeringsfunctionarissen) mee om zich klaar te maken voor vertrek naar Egypte.

17***

18Want zij waren bang voor wat de Babyloniërs zouden doen als die hoorden dat Ismaël gouverneur Gedalja had vermoord. Deze was tenslotte persoonlijk benoemd door de koning van Babel.

Copyright © 1979, 1988, 2007 by Biblica, Inc.®

Choose Translation

Switch translation for Jeremiah 41.

Reading Settings

Paragraph viewDisplay verses as flowing paragraphs instead of individual lines
Show verse numbersDisplay verse numbers inline
Red letterHighlight the words of Christ in red

Sign in to save your reading preferences across sessions.