Jeremiah 40HTB2007

1Nebuzaradan nam Jeremia mee naar Rama, nadat hij hem tussen de verbannen inwoners van Jeruzalem en Juda had aangetroffen die naar Babel werden gestuurd. In Rama liet hij hem vrij.

2Toen hij hem had gevonden, riep hij Jeremia bij zich en zei: "De HERE, uw God, heeft deze ramp over dit land gebracht, precies zoals Hij had gezegd. Want deze mensen hebben tegen de HERE gezondigd. Daarom is dit gebeurd.

3***

4Maar u zal ik vrijuit laten gaan. Als u met mij mee wilt naar Babel, vind ik dat ook goed; ik zal ervoor zorgen dat u dan goed wordt behandeld. Maar als u niet mee wilt, hoeft het niet. Het hele land ligt voor u open; u kunt gaan waar u wilt.

5Als u besluit te blijven, ga dan terug naar Gedalja, die door de koning van Babel is benoemd tot gouverneur van Juda en sluit u aan bij het overgebleven volk dat hij regeert. U moet zelf beslissen, u mag doen wat u wilt." Toen gaf Nebuzaradan Jeremia wat voedsel en geld en liet hem gaan.

6Jeremia ging terug naar Gedalja en bleef bij de mensen die in het land waren achtergebleven.

7Toen de leiders van het Joodse verzet hoorden dat de koning van Babel Gedalja tot gouverneur over de armen van het land had benoemd en dat hij niet iedereen had verbannen,

8zochten zij Gedalja op in zijn hoofdkwartier bij Mizpa. Dit zijn de namen van de leiders die daar kwamen: Ismaël, de zoon van Nethanja; Johanan en Jonathan, de zonen van Karéah; Seraja, de zoon van Tanchumeth; de zonen van Efai, de Netofathiet, en Jezanja, de zoon van de Maächathiet. Zij hadden hun mannen bij zich.

9Gedalja trachtte hen ervan te overtuigen dat het niet gevaarlijk was zich aan de Babyloniërs over te geven. "Blijf hier en dien de koning van Babel", zei hij, "en alles zal in orde komen voor u.

10Wat mijzelf betreft, ik zal in Mizpa blijven als uw vertegenwoordiger bij de Babyloniërs, als zij hier komen om mijn beleid te controleren. Vestig u ergens in een stad en leef van de opbrengsten van het land. Oogst de druiven, het zomerfruit en de olijven en sla die op."

11Toen de Joden in Moab, Ammon en Edom en de andere naburige landen hoorden dat een kleine groep mensen in Juda was achtergebleven en dat de koning van Babel hen niet allemaal had weggevoerd en dat Gedalja tot gouverneur was benoemd,

12kwamen zij terug naar Juda. Zij gingen eerst naar Mizpa om met Gedalja over hun plannen te praten en trokken daarna verder naar de verlaten boerderijen, waar zij grote oogsten wijndruiven en zomerfruit binnenhaalden.

13Maar korte tijd later kwamen Johanan, de zoon van Karéah, en de andere verzetsmensen naar Mizpa om Gedalja te vertellen dat koning Baälis van Ammon, Ismaël, de zoon van Nethanja, had gestuurd om hem te vermoorden. Maar Gedalja wilde hen niet geloven.

14***

15Toen sprak Johanan onder vier ogen met Gedalja en bood aan Ismaël in het geheim te doden. "Waarom zouden wij hem hier laten komen en u laten vermoorden?" vroeg Johanan. "Wat zal er dan gebeuren met de Joden die zijn teruggekomen? Waarom zou dit overblijfsel uiteengejaagd moeten worden? Dat zou hun ondergang betekenen."

16Maar Gedalja zei: "Ik verbied u zoiets te doen, want wat u over Ismaël vertelt, is een leugen."

Copyright © 1979, 1988, 2007 by Biblica, Inc.®

Choose Translation

Switch translation for Jeremiah 40.

Reading Settings

Paragraph viewDisplay verses as flowing paragraphs instead of individual lines
Show verse numbersDisplay verse numbers inline
Red letterHighlight the words of Christ in red

Sign in to save your reading preferences across sessions.