Isaiah 1HTB2007

1Dit zijn de boodschappen die Jesaja, de zoon van Amoz, kreeg in visioenen tijdens de regeringsperiodes van de Judese koningen Uzzia, Jotham, Achaz en Hizkia. In deze boodschappen liet God Jesaja zien wat er zou gebeuren met Juda en Jeruzalem.

2Luister, hemel en aarde, naar wat de HERE zegt: De kinderen, die Ik heb opgevoed en voor wie Ik zo lang en liefdevol heb gezorgd, hebben zich van Mij afgekeerd.

3Het rund en de ezel kennen hun eigenaar en zijn dankbaar als hij hun eten geeft, maar bij mijn volk Israël is daar geen sprake van. Israël ziet niet in dat Ik voor haar zorg.

4Wat een zondig volk is het! De Israëlieten lopen krom onder de zware last van hun schuld. Zij zijn net zulke boosdoeners als hun voorouders. Van jongs af aan zijn ze slecht geweest en hebben zij de HERE de rug toegekeerd en de Heilige, de God van Israël, links laten liggen. Zij hebben zich afgekeerd en zich zo van Mij vervreemd.

5O mijn volk, hebt u nog niet genoeg straf gehad? Waarom dwingt u Mij steeds weer u te slaan? Blijft u dan altijd opstandig?

6U bent van top tot teen ziek en verzwakt, overdekt met wonden, striemen en kerven, die niet zijn verbonden of met zalf zijn verzacht.

7Uw land is één grote puinhoop; uw steden zijn platgebrand; terwijl u toekijkt, vernietigen en plunderen buitenlanders alles wat hen voor de voeten komt.

8U staat daar hulpeloos en verlaten als een hutje van een bewaker op het land, nadat de oogst is binnengehaald. Even machteloos als een omsingelde stad.

9Als de HERE van de hemelse legers niet had ingegrepen om enkelen van ons in leven te laten, waren wij vernietigd als Sodom en Gomorra.

10Ja, dat is een goede vergelijking! Luister, leiders van Israël, mannen van Sodom en Gomorra, naar wat de HERE te zeggen heeft. Zet uw oren goed open!

11Ik heb genoeg van al uw offers. Stop er maar mee. Ik wil uw rammen en het vet van uw gemeste kalveren niet meer. Het bloed van uw stieren, schapen en bokken doet Mij geen genoegen meer.

12Waarom brengt u Mij offers als u toch geen berouw hebt over uw zonden? Ik walg van de geur van het reukwerk, dat u voor Mij verbrandt. Uw heilige vieringen van de nieuwe maan en de sabbat en uw speciale vastendagen, ja, al uw bijeenkomsten zijn huichelachtige vertoningen! Ik wil daar niets mee te maken hebben.

13***

14Ik haat ze uit de grond van mijn hart. Ik kan ze niet meer zien!

15Vanaf nu luister Ik niet meer als u met opgeheven handen bidt. Hoe vaak u dat ook doet, Ik luister niet, want uw handen zijn de handen van moordenaars; aan die handen kleeft het bloed van onschuldige slachtoffers.

16Was u! Wees rein! Laat Ik niet langer zien dat u slechte dingen doet; houd er mee op!

17Leer goed te doen, wees rechtvaardig en help de armen, de wezen en de weduwen.

18Kom nu en laten wij de zaak rechtzetten, zegt de HERE; al waren uw zonden rood als scharlaken, Ik maak ze wit als sneeuw. Uw vuurrode zonden zullen worden als witte wol.

19Laat Mij u helpen en gehoorzaam Mij, dan zal Ik u rijk maken!

20Maar als u Mij de rug blijft toekeren en weigert naar Mij te luisteren, zullen uw vijanden u doden. Ik, de HERE, heb gesproken.

21Jeruzalem, u was eens mijn trouwe echtgenote! En nu bent u een overspeelster geworden! U loopt achter vreemde goden aan. Eens was u een stad, bekend om gerechtigheid en rechtvaardigheid, maar nu zijn uw inwoners moordenaars geworden!

22Eens was u een stuk puur zilver, maar nu is het zilver vermengd met onzuivere bestanddelen. Eens was u als een edele wijn, maar nu is die wijn met water vermengd.

23Uw leiders zijn opstandelingen en gaan om met dieven! Zij zijn omkoopbaar en hebzuchtig; rechtvaardigheid tegenover wezen en weduwen is er niet meer bij.

24Daarom zegt God, de HERE van de hemelse legers, de Machtige van Israël: Ik zal mijn toorn over u, mijn vijanden, uitgieten!

25Ik zal u in een smeltpot omsmelten en de slakken die daarvan overblijven, zal Ik met bijtend loog zuiveren!

26En daarna zal Ik u weer goede raadgevers en eerlijke rechters geven, zoals u die vroeger had. Dan zal uw stad weer 'stad van de gerechtigheid' en 'trouwe burcht' worden genoemd.

27Zij die naar de HERE terugkeren, zullen door recht worden verlost.

28Maar overtreders en zondaars zullen worden verpletterd en zij die de HERE verlaten, zullen sterven.

29U zult zich diep schamen en blozen als u denkt aan al die keren dat u in uw tuinen met de 'heilige' eiken offers bracht aan de afgoden.

30U zult zich voelen als een boom die zijn bladeren verliest en als een tuin zonder water.

31De sterksten onder u zullen verdwijnen als stro dat verbrand wordt; uw slechte daden zijn de vonk die het stro aansteekt en er zal niemand zijn die het vuur blust.

Copyright © 1979, 1988, 2007 by Biblica, Inc.®

Choose Translation

Switch translation for Isaiah 1.

Reading Settings

Paragraph viewDisplay verses as flowing paragraphs instead of individual lines
Show verse numbersDisplay verse numbers inline
Red letterHighlight the words of Christ in red

Sign in to save your reading preferences across sessions.