1Maar God had Noach en de dieren in de ark niet vergeten! Hij stuurde de wind over het water en langzaam begon het water te zakken.
2De ondergrondse wateren keerden weer terug naar hun normale loop en de zware regens hielden op.
3Het water zakte totdat (150 dagen na het begin van de regens) de ark op de toppen van de Ararat bleef rusten.
4***
5Drie maanden later kwamen ook de andere bergtoppen boven het zakkende water uit.
6Na nog eens 40 dagen opende Noach het venster, dat hij in de ark had gemaakt en liet een raaf los. Deze vloog heen en weer, net zolang tot de aarde weer droog was.
7***
8Daarna liet Noach een duif los om te kijken of de aarde al droog was, maar de duif vond nergens een plek om neer te strijken en vloog terug naar de ark. Het water stond nog te hoog. Noach stak zijn hand uit en zette de duif weer terug in de ark.
9***
10Een week later probeerde Noach het nog eens.
11De duif vloog weg om tegen de avond terug te keren met een olijfblad in haar snavel. Zo wist Noach dat het water bijna weg was.
12Na een week liet hij de duif nog een keer los en nu kwam zij niet meer terug.
1329 Dagen later opende Noach de deur van de ark en zag dat het water zich had teruggetrokken.
14Er gingen nog eens acht weken voorbij voordat de aarde helemaal droog was.
15Toen zei God tegen Noach: "U mag de ark verlaten.
16***
17Laat alle dieren, de vogels, het vee en alle kruipende dieren los, dan kunnen zij zich weer voortplanten en de aarde vullen."
18Noach, zijn vrouw, hun zonen en hun vrouwen verlieten het schip. De dieren en de vogels deden hetzelfde.
19In paren en groepen kwamen zij uit de ark.
20Toen bouwde Noach een altaar en offerde een aantal dieren en vogels, die de HERE had aangewezen als offerdieren.
21De HERE had een welgevallen aan Noachs offer en zei bij Zichzelf: "Ik zal nooit meer zoiets doen. Nooit zal Ik de aarde meer zo zwaar vervloeken en alle levende wezens vernietigen. Ook al is de mens vanaf zijn vroegste jeugd geneigd het slechte te doen en zondigt hij nog zoveel.
22Zolang de aarde blijft bestaan, zullen zaaitijd en oogsttijd, koude en warmte, winter en zomer, dag en nacht niet ophouden."