1In die tijd spraken alle mensen één taal.
2De bevolking groeide en trok in oostelijke richting. Toen ontdekte men in het land Sinear een grote vlakte, waar het goed wonen was. Veel mensen trokken daarheen en het werd een dichtbevolkt gebied.
3De bewoners van die vlakte waren van plan een grote stad te bouwen. In die stad moest een grote tempeltoren komen te staan, die tot in de hemel reikte. Een eeuwig monument voor de bouwers. "Op die manier krijgen we een centrale plaats voor onze mensen, zodat we niet steeds verder hoeven te zwerven", meenden zij. En zo begon de bouw van de stad. Er werden grote hoeveelheden stenen gebakken en als cement gebruikten zij asfalt.
4***
5Toen de HERE de bouw van de stad en de toren zag, zei Hij: "Kijk eens wat zij al bereiken nu ze nog maar aan het begin van hun samenwerking staan. Voor dit volk met zijn ene taal zal voortaan niets meer onmogelijk zijn!
6***
7Laten Wij afdalen en hun verschillende talen geven, zodat zij elkaar niet meer begrijpen!"
8Op die manier verspreidde God de mensen over de hele aarde en zij stopten met de bouw van de stad.
9Daarom werd die stad Babel (Verwarring) genoemd. Dat was de plaats, waar de HERE verwarring onder de mensen stichtte door hun verschillende talen te geven en over de hele aarde te verspreiden.
10Hier is nog eens een opsomming, nu uitgebreider, van de nakomelingen van Sem. Twee jaar na de grote watervloed (Sem was toen 100 jaar oud) kreeg hij een zoon, Arpachsad. Na diens geboorte leefde Sem nog 500 jaar en kreeg nog vele zonen en dochters.
11***
12Toen Arpachsad 35 jaar was, werd zijn zoon Selah geboren. Na Selahs geboorte leefde Arpachsad nog 403 jaar en kreeg nog meer zonen en dochters.
13***
14Selah was 30 bij de geboorte van zijn zoon Heber. Daarna leefde hij nog 403 jaar en kreeg nog meer zonen en dochters.
15***
16Heber was 34 toen zijn zoon Péleg werd geboren. Hij leefde toen nog 430 jaar en kreeg nog meer zonen en dochters.
17***
18Péleg was 30 toen zijn zoon Rehu geboren werd. Hij leefde toen nog 209 jaar en kreeg nog meer zonen en dochters.
19***
20Bij Serugs geboorte was Rehu 32 jaar. Daarna leefde hij nog 207 jaar en kreeg in die tijd nog meer zonen en dochters.
21***
22Serug was 30 toen zijn zoon Nahor werd geboren. In de 200 jaar die hij daarna nog leefde, kreeg hij nog meer zonen en dochters.
23***
24Toen Terah werd geboren, was zijn vader Nahor 26. Nahor leefde nog 119 jaar en kreeg nog meer zonen en dochters.
25***
26Toen Terah 70 was, kreeg hij drie zonen: Abram, Nahor en Haran.
27Haran had een zoon, Lot.
28Haran stierf echter jong in zijn geboorteland (Ur der Chaldeeën), zodat zijn vader hem overleefde.
29In de tussentijd trouwde Abram met zijn halfzuster (A) Saraï en Nahor trouwde met Milka, de dochter van Haran. Haran was ook de vader van Jiska.
30Saraï was onvruchtbaar en kreeg geen kinderen.
31Op een goede dag brak Terah op vanuit Ur der Chaldeeën om samen met Abram, Harans zoon Lot en Abrams vrouw Saraï naar het land Kanaän te gaan. Onderweg bleven zij echter in de stad Haran en vestigden zich daar.
32Daar stierf Terah. Hij was 205 jaar oud geworden.