Psalms 136NLD1939

1Aan Babels stromen zaten wij schreiend Bij de gedachte aan Sion;

2En aan de wilgen, die daar stonden, Hingen wij onze harpen op.

3Ja, daar durfden onze rovers Ons nog liederen vragen; En onze beulen: "Zingt ons vrolijke wijsjes Uit de zangen van Sion!"

4Ach, hoe zouden wij Jahweh’s liederen zingen Op vreemde bodem!

5Jerusalem, zo ik u zou vergeten, Ik vergat mijn rechterhand nog eer;

6Mijn tong mag aan mijn gehemelte kleven, Zo ik u niet gedenk: Zo ik niet meer van Jerusalem houd, Dan van het toppunt van vreugde.

7Jahweh, reken de zonen van Edom De dag van Jerusalem toe; Die riepen: Smijt ze neer, smijt ze neer; Neer met haar op de grond!

8En gij, dochter van Babel, moordenares: Heil hem, die u vergeldt wat gij ons hebt gedaan;

9Heil hem, die uw kinderen grijpt, En tegen de rots te pletter slaat!

Public Domain

Choose Translation

Switch translation for Psalms 136.

Reading Settings

Paragraph viewDisplay verses as flowing paragraphs instead of individual lines
Show verse numbersDisplay verse numbers inline
Red letterHighlight the words of Christ in red

Sign in to save your reading preferences across sessions.