Psalms 128NLD1939

1Een bedevaartslied. Van jongs af heeft men wreed mij mishandeld, Mag Israël wel zeggen;

2Mij hardvochtig gekweld sinds mijn jeugd, Maar nooit mij gebroken.

3Ploegers hebben mijn rug beploegd, En lange voren getrokken;

4Maar Jahweh bleef trouw: De riemen der bozen sneed Hij stuk.

5Beschaamd moeten vluchten Alle haters van Sion.

6Ze zullen worden als gras op de daken, Dat vóór het opschiet, verdort;

7Waarmee geen maaier zijn hand kan vullen, Geen hooier zijn arm.

8En niemand zal in het voorbijgaan zeggen: "De zegen van Jahweh over u; Wij zegenen u in Jahweh’s Naam!"

Public Domain

Choose Translation

Switch translation for Psalms 128.

Reading Settings

Paragraph viewDisplay verses as flowing paragraphs instead of individual lines
Show verse numbersDisplay verse numbers inline
Red letterHighlight the words of Christ in red

Sign in to save your reading preferences across sessions.