Psalms 111NLD1939

1Halleluja! Heil den man, die Jahweh vreest, En zijn geboden van harte bemint:

2Zijn kroost zal machtig op aarde zijn, Het geslacht der vromen zal worden gezegend.

3Welvaart en rijkdom bewonen zijn huis, En zijn gerechtigheid houdt in eeuwigheid stand;

4De vromen gaat een licht in de duisternis op, Hem, die genadig, barmhartig en rechtvaardig zal zijn.

5Heil den man, die weggeeft en leent, En zijn zaken beheert volgens recht;

6Want in eeuwigheid zal de rechtvaardige niet wankelen, En hij blijft in de herinnering voor eeuwig.

7Voor kwade geruchten is hij niet bang; Zijn hart blijft rotsvast op Jahweh vertrouwen,

8Onverstoorbaar, onbevreesd, Totdat hij op zijn vijanden neerziet.

9Milddadig deelt hij aan de armen uit: Zijn gerechtigheid houdt in eeuwigheid stand, En zijn hoorn verheft zich in ere.

10De boze ziet het vol afgunst, En knarsetandend gaat hij te gronde: Nooit wordt de wens der bozen vervuld!

Public Domain

Choose Translation

Switch translation for Psalms 111.

Reading Settings

Paragraph viewDisplay verses as flowing paragraphs instead of individual lines
Show verse numbersDisplay verse numbers inline
Red letterHighlight the words of Christ in red

Sign in to save your reading preferences across sessions.