Psalms 107NLD1939

1Een lied; een psalm van David.

2Mijn hart is gerust, o mijn God; Ik wil zingen en spelen:

3Word wakker, mijn lofzang; harp en citer ontwaak; Ik wil het morgenrood wekken!

4Ik wil U loven onder de volken, o Jahweh, U verheerlijken onder de naties;

5Want uw goedheid reikt tot de hemel, En tot de wolken uw trouw.

6Verhef U boven de hemelen, o God; Uw glorie vervulle de aarde!

7Wil uw geliefden dan redden, Strek uw rechterhand uit, en verhoor ons!

8Bij zijn heiligheid heeft God het beloofd: Juichend zal ik Sikem verdelen, En het dal van Soekkot meten;

9Mij behoort Gilad, van mij is Manasse. Efraïm is de helm van mijn hoofd, Juda mijn schepter,

10Moab is mijn voetenbekken; Op Edom werp ik mijn schoeisel, Over Filistea hef ik mijn zegekreet aan.

11Maar wie brengt mij nu binnen de vesting, Wie zal mij naar Edom geleiden;

12Moet Gij het niet zijn, die ons hebt verstoten, o God, En niet langer met onze heirscharen optrekt, o God?

13Ach, help ons dan tegen den vijand, Want hulp van mensen is ijdel.

14Maar met God zijn wij sterk; Hij zal onze verdrukkers vertrappen!

Public Domain

Choose Translation

Switch translation for Psalms 107.

Reading Settings

Paragraph viewDisplay verses as flowing paragraphs instead of individual lines
Show verse numbersDisplay verse numbers inline
Red letterHighlight the words of Christ in red

Sign in to save your reading preferences across sessions.