1Een bedevaartslied. Wie op de HERE vertrouwen, zijn als de berg Sion, die niet wankelt, maar voor altoos blijft.
2Rondom Jeruzalem zijn bergen; zo is de HERE rondom zijn volk van nu aan tot in eeuwigheid.
3Want de scepter der goddeloosheid zal niet blijven rusten op het erfdeel der rechtvaardigen, opdat de rechtvaardigen hun handen niet uitstrekken naar onrecht.
4Doe goed, HERE, aan de goeden, en aan de oprechten van hart,
5maar hen die zich tot kronkelpaden neigen, zal de HERE met de bedrijvers van ongerechtigheid doen vergaan. Vrede zij over Israël!