1In de tijd dat Israël door de richters werd geleid, trof een hongers-nood het land. Elimélech, een man uit Bethlehem in Juda, week daarom met zijn vrouw Naomi en hun twee zonen Machlon en Chiljon uit naar het land Moab.
2***
3Na verloop van tijd stierf Elimélech en Naomi bleef alleen achter met haar twee zonen.
4Deze beide jongens, Machlon en Chiljon, trouwden met de Moabitische meisjes Orpa en Ruth. Toen zij ongeveer tien jaar getrouwd waren,
5stierven beide mannen en bleef Naomi helemaal alleen achter.
6Omdat zij in Moab had gehoord dat de HERE Zijn volk had gezegend met een goede oogst, waardoor er weer voldoende brood was, besloot zij met haar schoondochters terug te gaan naar Israël.
7De drie vrouwen verlieten hun woonplaats en gingen op reis naar Juda. Eenmaal op weg veranderde Naomi echter van gedachten.
8"Kunnen jullie niet beter naar je eigen moeder teruggaan?" vroeg zij haar schoondochters. "De HERE zal jullie belonen voor de liefde die jullie mijn zonen en mij hebben gegeven.
9De HERE zal jullie zegenen met een nieuw huwelijk, zodat jullie weer veilig en beschermd zijn." Toen kuste zij hen en de twee meisjes barstten in tranen uit.
10"Nee, nee", zeiden Orpa en Ruth, "wij willen met u mee naar uw volk!"
11Maar Naomi wierp tegen: "Het is beter dat jullie teruggaan. Ik zal immers geen jongere zonen meer krijgen met wie jullie kunnen trouwen.
12Nee, mijn dochters, ga terug naar je ouders. Ik ben nu te oud om opnieuw te trouwen. En zelfs al werd ik zwanger en bracht zonen ter wereld,
13zouden jullie dan wachten met hertrouwen tot die oud genoeg waren? Natuurlijk niet, kinderen. Jullie hoeven je mijn verdriet niet aan te trekken, door wat de HERE mij tot nu toe heeft aangedaan."
14Opnieuw barstten de vrouwen in tranen uit. Uiteindelijk kuste Orpa haar schoonmoeder vaarwel. Ruth besloot echter toch met Naomi mee te gaan.
15"Kijk", zei Naomi, "Orpa gaat terug naar haar volk en haar goden. Ga toch met haar mee!"
16Maar Ruth antwoordde: "Vraag mij alstublieft niet u te verlaten. Ik wil altijd bij u blijven. Uw volk zal mijn volk zijn en uw God mijn God.
17Ik wil sterven waar u sterft en naast u worden begraven. God mag mij straffen als ik u verlaat vccr de dood ons scheidt!"
18Toen Naomi zag dat Ruth vastbesloten was, drong zij niet langer aan.
19Zo kwamen zij samen in Bethlehem, waar de hele stad in rep en roer raakte. "Is dat werkelijk Naomi?" vroegen de inwoners.
20Maar Naomi antwoordde: "Noem mij geen Naomi meer. Noem mij Mara. (A) Want de Almachtige God heeft mij veel bittere ervaringen laten doorstaan.
21Rijk ben ik weggegaan, maar de HERE heeft mij arm laten terugkeren. Waarom zouden jullie mij Naomi noemen als de HERE tegen mij is geweest en mij zoveel verdriet heeft aangedaan?"
22Hun terugkeer uit Moab viel in de tijd dat de gerst werd geoogst.