Romans 4HTB2007

1Hoe staat het dan met Abraham, die de stamvader van ons Joodse volk is?

2Als hij door zijn eigen inspanning vrij voor God stond, zou hij reden hebben om trots te zijn. Maar bij God kun je niet trots zijn.

3In de Boeken staat het zo: "Doordat Abraham op God vertrouwde, werd hij vrijgesproken van schuld." (a)

4Wie werkt voor een beloning, krijgt die niet omdat het een gunst is, maar omdat hij er recht op heeft.

5Als iemand zich echter (zonder eigen inspanning) toevertrouwt aan God, Die de goddeloze vrijspreekt, verklaart Hij hem onschuldig op grond van zijn vertrouwen in Hem.

6David zei toch ook dat u gelukkig bent als God u vrijspreekt zonder dat u er iets voor hebt gedaan.

7"Gelukkig is hij wiens misstap vergeven en zonden niet meer gezien worden." zei hij.

8"Gelukkig is hij aan wie de Here zijn zonde niet toerekent." (b)

9Geldt dit alleen voor de Joden, die besneden zijn? Of ook voor de mensen bij wie dat niet gebeurd is? Ik heb toch gezegd dat Abraham vrijspraak kreeg, omdat hij op God vertrouwde! Nu, wanneer was dat?

10Toen hij besneden werd of daarvoor? Daarvoor! Pas nadat hij door zijn vertrouwen op God vrijgesproken was, werd hij besneden.

11Dat was het teken waarmee zijn onschuld werd bezegeld. Dus is Abraham de voorvader van allen die op God vertrouwen, ook van hen die niet besneden zijn.

12Zij zijn pas echt kinderen van Abraham, als zij net zo op God vertrouwen als hij, toen hij nog niet besneden was.

13God beloofde dat Hij de wereld aan Abraham en zijn nakomelingen zou geven; niet omdat Abraham zich zo goed aan Gods wet had gehouden, maar omdat hij God geloofde en daardoor recht voor God stond.

14Als Gods beloften alleen gelden voor mensen die zich aan de wet houden, dan zou daarmee het geloof overbodig zijn en Gods belofte niets te betekenen hebben.

15Als de wet overtreden wordt, volgt daarop straf. Maar als er geen wet is, kan die ook niet overtreden worden.

16Wat God ons door Zijn genade wil geven, wordt alleen ons eigendom als wij in Hem geloven. En Gods belofte aan al Abrahams nakomelingen is vast en zeker. Zij geldt niet alleen voor hen die volgens Gods wet leven, maar ook voor hen die, net als Abraham, alleen op God vertrouwen. Want als het om geloof gaat, is Abraham de vader van ons allemaal.

17In de Boeken staat immers dat God hem aanwees als een vader van vele volken. (c) En hij is dat voor God, op Wie hij vertrouwde, Die de doden levend maakt en voor Wie alles wat nog moet komen, er al is geweest.

18Hoewel alle hoop vervlogen was, bleef Abraham verwachten en geloven dat hij de stamvader van vele volken zou worden, want God had het gezegd! Hij besefte maar al te goed dat hij op honderdjarige leeftijd te oud was om nog een kind te verwekken.

19En zijn vrouw Sara was ook al veel te oud om nog een kind te krijgen. Toch werd zijn vertrouwen daardoor niet minder. Hij ging niet twijfelen. Integendeel!

20Hij klemde zich vast aan de belofte van God. Zijn vertrouwen bleef sterk en hij gaf God alle eer.

21Hij was er absoluut van overtuigd dat God kon doen wat Hij beloofd had.

22Daarom verklaarde God hem rechtvaardig.

23Dat 'rechtvaardig verklaard worden' heeft niet alleen betrekking op Abraham.

24Het is ook geschreven met het oog op ons. Wij worden immers ook rechtvaardig verklaard, want wij vertrouwen op God, Die onze Here Jezus uit de dood heeft laten terugkomen.

25Hij heeft Jezus voor onze zonden laten sterven en Hem uit de dood laten terugkomen om ons rechtvaardig te verklaren.

Copyright © 1979, 1988, 2007 by Biblica, Inc.®

Choose Translation

Switch translation for Romans 4.

Reading Settings

Paragraph viewDisplay verses as flowing paragraphs instead of individual lines
Show verse numbersDisplay verse numbers inline
Red letterHighlight the words of Christ in red

Sign in to save your reading preferences across sessions.