Romans 12HTB2007

1Ik zeg u daarom, broeders, dat u zich helemaal aan God moet wijden. Temeer omdat Hij u al Zijn liefdevolle goedheid aanbiedt. Laat uw lichaam een levend offer zijn; heilig, zodat het een vreugde voor God is. Als u zich bedenkt wat Hij voor u heeft gedaan, is dat toch niet teveel gevraagd?

2U moet niet worden als de mensen die zich niets van God aantrekken. U moet anders worden, door een nieuwe manier van denken. Dan kunt u ontdekken wat God wil. En wat Hij wil, is goed, aangenaam en volmaakt.

3Als Gods boodschapper zeg ik tegen ieder van u: Beoordeel uzelf eerlijk en denk niet te hoog van uzelf; bepaal uw eigen waarde naar de mate van het geloof dat u van God ontvangen hebt.

4Een menselijk lichaam bestaat uit vele delen en die delen doen niet allemaal hetzelfde. Zo is het ook met ons.

5Al zijn we met velen, door onze verhouding tot Christus vormen wij één lichaam. En wij zijn stuk voor stuk leden van dat lichaam. Wij horen bij elkaar.

6De gaven die God ons heeft gegeven, zijn verschillend.

7Wie namens God moet spreken, doet dat naar het geloof dat hij daarvoor krijgt. Wie moet helpen, krijgt daar de kracht voor. Wie moet onderwijzen, krijgt de gave om te onderwijzen.

8Wie anderen moet aansporen en bemoedigen, krijgt daar de woorden voor. Wie iets moet uitdelen, krijgt de gave om eenvoudig te blijven. Wie leiding moet geven, krijgt daar de wijsheid voor. Wie zich ontfermt over mensen die het moeilijk hebben, doet dit met opgewektheid.

9Laat uw liefde geen schijnvertoning zijn. Keer u af van het slechte, maar klem u vast aan het goede.

10Houd veel van elkaar, als broeders en zusters, en laat elkaar uw waardering blijken.

11Laat uw ijver niet verslappen, maar dien de Here met enthousiasme.

12Wees blij, want God gaat iets geweldigs voor u doen. Geef niet op als u het erg moeilijk krijgt en houd nooit op met bidden.

13Help de gelovigen die tegenslag hebben en doe altijd uw best om gastvrij te zijn.

14Wens de mensen die u vervolgen alle goeds toe. U moet hun niets kwaads toewensen.

15Wees blij als anderen blij zijn en wees verdrietig als zij verdrietig zijn.

16U moet één van hart en ziel zijn. Wees niet hoogmoedig, maar doe uw best nederig te zijn. Doe niet of u de wijsheid in pacht hebt.

17Als iemand u kwaad doet, zet het hem dan niet betaald. Doe liever iets goeds voor alle mensen.

18Probeer, voor zover het van u afhangt, met iedereen in vrede te leven.

19Neem nooit wraak, vrienden! Laat dat maar aan God over, want Hij heeft gezegd: "Als er gestraft moet worden, doe Ik dat. Ik zal het wel betaald zetten." (a) Weet u wat u moet doen?

20Als uw vijand honger heeft, geef hem te eten. En als hij dorst heeft, geef hem te drinken. Want dan weet hij met zijn houding geen raad en zal hij misschien een andere houding aannemen.

21Geef het kwaad geen kans, maar overwin het door het goede te doen.

Copyright © 1979, 1988, 2007 by Biblica, Inc.®

Choose Translation

Switch translation for Romans 12.

Reading Settings

Paragraph viewDisplay verses as flowing paragraphs instead of individual lines
Show verse numbersDisplay verse numbers inline
Red letterHighlight the words of Christ in red

Sign in to save your reading preferences across sessions.