Revelation 6HTB2007

1Ik zag dat het Lam één van de zeven zegels verbrak. En ik hoorde één van de vier levende wezens met donderende stem zeggen: "Kom!"

2Verder zag ik een wit paard! Op het paard zat iemand met een boog in zijn hand en hij kreeg een kroon op zijn hoofd. Hij trok erop uit als overwinnaar naar zijn volgende overwinning.

3Het Lam verbrak het tweede zegel en ik hoorde het tweede levende wezen zeggen: "Kom."

4Deze keer kwam er een rood paard. Er zat iemand op die een groot zwaard kreeg. Hij moest de vrede van de aarde wegnemen, zodat de mensen elkaar zouden afslachten.

5Toen het Lam het derde zegel verbrak, hoorde ik het derde levende wezen zeggen: "Kom." En ik zag een zwart paard, met iemand erop die een weegschaal in de hand hield.

6Er kwam een stem uit het midden van de vier levende wezens, die zei: "Eén maat tarwe voor een dagloon (A) en drie maten gerst voor een dagloon. (A) En wees zuinig met olie en wijn."

7Toen Hij het vierde zegel verbrak, hoorde ik het vierde levende wezen zeggen: "Kom."

8Toen kwam er een paard met een grauwe kleur. De dood zat op zijn rug en het dodenrijk volgde hem op de voet. Die twee kregen macht om een kwart van alle mensen te doden door het zwaard, de honger, de pest en de wilde dieren.

9Toen het Lam het vijfde zegel verbrak, zag ik onder het altaar de zielen van hen, die vermoord waren omdat zij de boodschap van God geloofd hadden en daar openlijk voor waren uitgekomen.

10Zij riepen: "U bent een heilig Heerser en U houdt Uw woord. Hoelang duurt het nog voordat U wraak neemt voor wat zij ons hebben aangedaan?"

11Zij kregen allemaal een wit kleed en hun werd gezegd dat zij nog even moesten wachten. Eerst zou het aantal mededienaren en broeders, dat terwille van Christus gedood zou worden, voltallig moeten zijn.

12Toen Hij het zesde zegel verbrak, zag ik dat er een geweldige aardbeving kwam. De zon werd zwart als een rouwkleed en de maan rood als bloed.

13De sterren vielen van de hemel op de aarde, als onrijpe vijgen die in een storm van de boom waaien.

14De hemel verdween als een stuk papier dat opgerold wordt; en alle bergen en eilanden werden van hun plaats gerukt.

15Alle mensen verstopten zich in holen en tussen de rotsen: Koningen, regeringsleiders en generaals; rijken en sterken; slaven en vrijen.

16Zij schreeuwden naar de bergen en de rotsen: "Val op ons! Verberg ons voor de ogen van Hem Die op de troon zit en voor de toorn van het Lam.

17De grote dag van hun oordeel is gekomen en niemand zal die overleven."

Copyright © 1979, 1988, 2007 by Biblica, Inc.®

Choose Translation

Switch translation for Revelation 6.

Reading Settings

Paragraph viewDisplay verses as flowing paragraphs instead of individual lines
Show verse numbersDisplay verse numbers inline
Red letterHighlight the words of Christ in red

Sign in to save your reading preferences across sessions.