Psalms 31HTB2007

1Een psalm van David voor de koordirigent.

2Ik verberg mij bij U, HERE. Geef dat ik nooit tevergeefs bij U aanklop. Help mij ontkomen door Uw rechtsgevoel.

3Luister toch naar mij en red mij vlug. Wees voor mij als een rots die beschutting biedt; als een sterke burcht, zodat ik word gered.

4Want U bent voor mij een rots en een burcht; om de eer van Uw naam zult U mij leiden op mijn weg.

5U zult mij redden uit de valstrik die voor mij was uitgezet. Ik vertrouw U helemaal.

6Mijn hele wezen leg ik in Uw handen, want U zult mij zeker bevrijden, HERE, mijn trouwe God.

7Ik haat mensen die waarde hechten aan onbelangrijke en ijdele dingen. Zelf vertrouw ik alleen op de HERE.

8Ik zing het uit en verblijd mij over Uw goedheid en liefde. Want U hebt naar mij omgezien in mijn ellendige toestand; U kende mijn angst en spanningen.

9U zorgde ervoor dat de vijand mij niet de baas werd. U hebt mij alle ruimte gegeven. Ik kon gaan waar ik wilde.

10Help mij met Uw genade, HERE; ik heb het zc moeilijk! Alles in mij kwijnt weg van narigheid. Het verdriet overmant mij!

11Mijn leven gaat voorbij in verdriet en jarenlang leef ik zuchtend. Door mijn eigen slechtheid heb ik geen kracht meer over en lichamelijk ga ik alleen maar achteruit.

12Voor hen die het mij moeilijk maken, ben ik een mikpunt van spot geworden; vooral voor mijn buren. Vrienden en bekenden schrikken als zij mij zien. Wie mij op straat tegenkomt, maakt rechtsomkeert.

13Men denkt niet meer aan mij; het lijkt wel of ik dood ben voor anderen. Als een gebroken servies ben ik, waardeloos.

14Ik hoor het wel hoe men achter mijn rug over mij praat. De achterklap: "Heb je hèm gezien?" Zij overleggen met elkaar en maken plannen mij van het leven te beroven.

15Toch is mijn vertrouwen op U gevestigd, HERE; ik spreek het ook tegen U uit: "U bent mijn God.

16U bepaalt hoe lang ik leef; verlos mij van mijn vijanden en achtervolgers.

17Laat Uw licht over mij, Uw dienaar, schijnen en bevrijd mij door Uw goedheid en trouw.

18Ik roep tot U, HERE; beschaam mijn vertrouwen niet. Laat hen die zonder U leven, maar beschaamd staan. Breng hen tot zwijgen in de godverlatenheid.

19Breng de leugenmond tot zwijgen. Die spreekt toch alleen maar trots en smalend tegen Uw volgeling.

20Wat een geweldige rijkdom wacht degenen die ontzag voor U hebben, allen die bij U schuilen. Zelfs de ongelovigen zullen het zien.

21U verbergt de Uwen en beschermt hen tegen de aanvallen van de mensen. U verstopt hen in een hut en vrijwaart hen van roddels."

22Alle eer is voor de HERE, want Hij heeft mij op wonderbaarlijke wijze Zijn goedheid en liefde getoond. Vooral toen ik het zo verschrikkelijk moeilijk had.

23Terwijl ik in mijn angst dacht dat U mij vergeten was, hebt U juist mijn luide smeekbeden gehoord. U hoorde mij om hulp roepen.

24Dit zeg ik tegen allen die God volgen: "Heb Hem van harte lief, want de HERE zorgt voor hen die Hem trouw volgen; maar Hij rekent grondig af met de hoogmoedigen.

25Wees sterk; laat uw hart maar sterk en moedig zijn en blijf altijd op de HERE hopen."

Copyright © 1979, 1988, 2007 by Biblica, Inc.®

Choose Translation

Switch translation for Psalms 31.

Reading Settings

Paragraph viewDisplay verses as flowing paragraphs instead of individual lines
Show verse numbersDisplay verse numbers inline
Red letterHighlight the words of Christ in red

Sign in to save your reading preferences across sessions.