Psalms 137HTB2007

1Wij zaten aan de rivier in de stad Babel en huilden toen wij aan Jeruzalem dachten.

2Onze citers hadden wij daar aan de takken van een wilg gehangen,

3omdat onze bewakers wilden dat wij zouden zingen. Ondanks dat zij ons sloegen, wilden zij een vrolijk lied horen. "Vooruit", zeiden zij, "zing eens een lied over Jeruzalem!"

4Maar hoe kunnen wij nu in een vreemd land een lied voor de HERE zingen?

5Mijn rechterhand mag verlamd raken, als ik Jeruzalem zou vergeten!

6Als ik Jeruzalem niet zou bezingen als de mooiste en hoogste stad, zou mijn tong krachteloos in mijn mond mogen liggen.

7Neem wraak, HERE, op de Edomieten die Jeruzalem hebben verwoest. Zij zeiden tegen elkaar: "Wij breken die stad tot op de bodem af!"

8Volk van Babel, binnenkort zal uw eigen land worden verwoest. Wij prijzen hen die vergelding zullen uitoefenen over wat u ons hebt aangedaan.

9Wij prijzen de man, die nu Lw kinderen tegen de rotsen te pletter zal gooien.

Copyright © 1979, 1988, 2007 by Biblica, Inc.®

Choose Translation

Switch translation for Psalms 137.

Reading Settings

Paragraph viewDisplay verses as flowing paragraphs instead of individual lines
Show verse numbersDisplay verse numbers inline
Red letterHighlight the words of Christ in red

Sign in to save your reading preferences across sessions.