Proverbs 8HTB2007

1Hoor je de wijsheid niet roepen en klinkt de stem van het verstand niet overal?

2Vanaf verhogingen, langs de wegen en op kruisingen, waar zij staat;

3bij de poort, aan de ingang van de stad, en aan elke deur roept zij:

4"Ik roep u, mannen, en richt mij tot alle mensenkinderen.

5Kom tot bezinning, onverstandigen; stel uw hart open, onwijzen!

6Luister, ik heb een belangrijke boodschap voor u; ik spreek over eerlijke zaken.

7De waarheid ligt op het puntje van mijn tong, geen goddeloosheid komt er over mijn lippen.

8Uit alles wat ik zeg, spreekt oprechtheid en niets gemeens of verkeerds.

9Het is overduidelijk voor verstandige mensen en mensen die inzicht hebben, zullen mij goed begrijpen.

10Mijn lessen geven u meer dan zilver, deze kennis is kostbaarder dan puur goud.

11Edelstenen vallen in het niet bij de wijsheid; zelfs uw stoutste dromen vallen daarbij in het niet.

12Ik, de wijsheid, ga gepaard met een helder verstand en ik maak mij kennis en bedachtzaamheid eigen.

13Eerbiedig ontzag voor de HERE houdt in dat u het verkeerde, de trots, de hoogmoed en de goddeloosheid haat; ook een vuilspuitende mond haat ik.

14Raad en blijvende wijsheid zijn het mijne, ik ben het verstand en bezit alle kracht.

15Door mij regeren koningen en geven vorsten wetten.

16Door mij heersen de heersers, de edelen en alle rechters op aarde.

17Ik heb lief, wie mij liefhebben en wie mij ijverig zoeken, zullen mij ook vinden.

18Ik ga vergezeld met rijkdom en aanzien, duurzaam goed en gerechtigheid.

19Wat ik voortbreng, is beter dan zuiver goud, dan het allerpuurste goud; en wat ik opbreng, is beter dan het zuiverste zilver.

20Ik laat iemand wandelen op de weg van de gerechtigheid, midden op de goede wegen.

21Zo erven zij, die mij liefhebben, een eeuwig goed en vul ik hun schatkamers.

22Ik was het bezit van de HERE, toen Hij begon te werken, vanaf het prilste begin.

23Mijn instelling dateert vanuit de eeuwigheid, vanuit het allereerste begin, nog vccr de aarde werd gemaakt.

24Ik was er al vccr de diepe wateren er waren, de bronnen, met hun overvloed aan water.

25Voordat de bergen werden neergezet en heuvels zich verhieven, ben ik geboren.

26Hij had noch de aarde, noch de velden gemaakt en van de aarde was nog niets te bekennen.

27Maar toen Hij de hemelen schiep, was ik erbij en ook toen Hij de diepe wateren maakte.

28Toen Hij de wolken hun plaats gaf en de diepe waterbronnen aan banden legde.

29Toen Hij de zee inperkte, zodat de wateren Hem gehoorzaamden, en Hij de aarde grondvestte.

30Ik was als een zuigeling bij Hem; dag in, dag uit spelend onder Zijn oog.

31Spelend in Zijn wereld, op Zijn aarde, mijn vreugde delend met de mensenkinderen.

32Nu dan, kinderen, luister naar mij! Want gelukkig zijn zij, die doen wat ik voorschrijf.

33Luister naar mijn lessen en word wijs; onttrek u niet aan mijn onderwijs.

34Gelukkig is hij, die naar mij luistert, die voortdurend in mijn buurt is en mij niet uit het oog wil verliezen.

35Want wie mij vindt, vindt het leven en oogst de goedkeuring van de HERE.

36Maar wie tegen mij zondigt, brengt schade toe aan zijn ziel; allen, die God en Zijn wijsheid haten, hebben de dood lief."

Copyright © 1979, 1988, 2007 by Biblica, Inc.®

Choose Translation

Switch translation for Proverbs 8.

Reading Settings

Paragraph viewDisplay verses as flowing paragraphs instead of individual lines
Show verse numbersDisplay verse numbers inline
Red letterHighlight the words of Christ in red

Sign in to save your reading preferences across sessions.