Numbers 34HTB2007

1De HERE droeg Mozes op het volgende aan de Israëlieten door te geven: "Als u in het land Kanaän komt, het thuisland dat Ik u in bezit heb gegeven,

2***

3zal het zuidelijk deel van het land de woestijn Zin zijn, langs de rand van Edom. De zuidgrens begint in het oosten bij de Dode Zee, buigt daar af naar het zuiden

4via de Schorpioenenpas naar de woestijn Zin. Het meest zuidelijke punt is Kades-Barnéa en vandaar loopt de grens verder naar Hazar-Addar en Azmon.

5Vanaf Azmon volgt de grens de beek van Egypte om tenslotte bij de Middellandse Zee te eindigen.

6Uw westgrens wordt gevormd door de kustlijn van de Middellandse Zee.

7Uw noordgrens begint bij de kust van de Middellandse Zee en loopt dan naar het oosten tot de berg Hor, daarna naar Hamath en verder via Zedad en Zifron naar Hazar-Enan.

8***

9***

10De oostgrens loopt van Hazar-Enan naar het zuidelijk gelegen Sefam en vandaar verder naar Ribla, dat ten oosten van Ain ligt. Daar maakt de grens een grote halve cirkel, eerst in zuidelijke en later in westelijke richting, tot hij het zuidelijke punt van het meer van Galilea raakt.

11***

12Daarna volgt hij de Jordaan tot aan de Dode Zee.

13Dit is het land dat u met behulp van het lot onder elkaar moet verdelen", zei Mozes. "Het moet onder negen en een halve stam worden verdeeld,

14want de stammen Gad, Ruben en de tak van Manasse hebben al land toegewezen gekregen aan de oostzijde van de Jordaan, tegenover Jericho."

15***

16En de HERE zei tegen Mozes:

17"Dit zijn de namen van de mannen die Ik heb uitgekozen om de verdeling van het land te regelen: de priester Eleazar, Jozua, de zoon van Nun,

18en één leider van elke stam.

19Die laatsten zijn: voor de stam van Juda: Kaleb, de zoon van Jefunne;

20Simeon: Semuël, de zoonmvan Ammihud;

21Benjamin: Elidad, de zoon van Kislon;

22Dan: Bukki, de zoon van Jogli;

23Manasse: Hanniël, de zoon van Efod;

24Efraïm: Kemuël, de zoon van Siftan;

25Zebulon: Elizafan, de zoon van Parnach;

26Issaschar: Paltiël, de zoon van Azzan;

27Aser: Achihud, de zoon van Selomi;

28Naftali: Pedaël, de zoon van Ammihud.

29Dit zijn de namen van de mannen die Ik heb uitgekozen als opzichters over de verdeling van het land tussen de stammen."

Copyright © 1979, 1988, 2007 by Biblica, Inc.®

Choose Translation

Switch translation for Numbers 34.

Reading Settings

Paragraph viewDisplay verses as flowing paragraphs instead of individual lines
Show verse numbersDisplay verse numbers inline
Red letterHighlight the words of Christ in red

Sign in to save your reading preferences across sessions.