Numbers 26HTB2007

1Nadat de straf was opgehouden, zei de HERE tegen Mozes en Eleazar, de zoon van de priester Aäron:

2"Tel alle Israëlitische mannen van twintig jaar en ouder, om te zien hoeveel mannen van elke stam en familie in een oorlog kunnen meevechten."

3Mozes en Eleazar gaven de stamleiders instructies voor de telling. Het volk verbleef op dat moment op de vlakten van Moab langs de Jordaan, tegenover Jericho. Dit waren de resultaten van de telling:

4De stam van Ruben: 43.730 mannen. Ruben was de oudste zoon van Israël. Deze stam bestond uit de volgende families, genoemd naar Rubens zonen: De Henochieten, genoemd naar hun voorvader Henoch. De Palluïeten, genoemd naar hun voorvader Pallu.

5Tot de familie van Eliab, één van de zonen van Pallu, behoorden de gezinnen van Nemuël, Dathan en Abiram.

6Deze Dathan en Abiram waren de twee leiders, die met Korach samenspanden tegen Mozes en Aäron en in feite het gezag van God in twijfel trokken!

7Maar de aarde opende zich en slokte hen op; diezelfde dag doodde de HERE 250 man met vuur als een waarschuwing voor het hele volk. De Hezronieten, genoemd naar hun voorvader Hezron. De Karmieten, genoemd naar hun voorvader Karmi.

8De stam van Simeon: 22.200 mannen. Tot deze stam behoorden de volgende families, genoemd naar de zonen van Simeon: De Nemuëlieten, genoemd naar hun voorvader Nemuël. De Jaminieten, genoemd naar hun voorvader Jamin. De Jachinieten, genoemd naar hun voorvader Jachin. De Zarhieten, genoemd naar hun voorvader Zerah. De Saulieten, genoemd naar hun voorvader Saul.

9De stam van Gad: 40.500 mannen. Tot deze stam behoorden de volgende families, die voortkwamen uit de zonen van Gad: De Zefonieten, genoemd naar hun voorvader Zefon. De Haggieten, genoemd naar hun voorvader Haggi. De Sunieten, genoemd naar hun voorvader Suni. De Oznieten, genoemd naar hun voorvader Ozni. De Erieten, genoemd naar hun voorvader Eri. De Arodieten, genoemd naar hun voorvader Arod. De Arelieten, genoemd naar hun voorvader Areli.

10De stam van Juda: 76.500 mannen. Tot deze stam behoorden de volgende families, die de namen van de zonen van Juda droegen. Juda's zonen Er en Onan zijn hier niet bij, zij stierven in Kanaän: De Selanieten, genoemd naar hun voorvader Sela. De Parzieten, genoemd naar hun voorvader Perez. De Zarhieten, genoemd naar hun voorvader Zerah. Deze telling omvatte ook twee families, die voortkwamen uit Perez: De Hezronieten, genoemd naar hun voorvader Hezron. De Hamulieten, genoemd naar hun voorvader Hamul.

11De stam van Issaschar: 64.300 mannen. Tot deze stam behoorden de volgende families met de namen van Issaschars zonen: De Tolaïeten, genoemd naar hun voorvader Tola. De Punieten, genoemd naar hun voorvader Pua. De Jasubieten, genoemd naar hun voorvader Jasub. De Simronieten, genoemd naar hun voorvader Simron.

12De stam van Zebulon: 60.500 mannen. Tot deze stam behoorden de volgende families, die de naam van een van de zonen van Zebulon droegen: De Sardieten, genoemd naar hun voorvader Sered. De Elonieten, genoemd naar hun voorvader Elon. De Jahleëlieten, genoemd naar hun voorvader Jahleël.

13De stam van Jozef: 32.500 mannen in de tak van Efraïm en 52.700 mannen in de tak van Manasse. In de tak van Manasse was de familie van de Machirieten, genoemd naar hun voorvader Machir. De familie die voortkwam uit de Machirieten was die van de Gilea-dieten, genoemd naar hun voorvader Gilead. De stammen van de Gileadieten waren: De Iëzrieten, genoemd naar hun voorvader Iëzer. De Helekieten, genoemd naar hun voorvader Helek. De Asriëlieten, genoemd naar hun voorvader Asriël. De Sechemieten, genoemd naar hun voorvader Sechem. De Semidaïeten, genoemd naar hun voorvader Semida. De Heferieten, genoemd naar hun voorvader Hefer. Hefers zoon Zelafead had geen zonen. Dit zijn de namen van zijn dochters: Mahla, Noa, Hogla, Milka en Tirza. De 32.500 mannen die geteld werden in de tak van Efraïm, omvatten de volgende stammen, genoemd naar de zonen van Efraïm: De Sutalhieten, genoemd naar hun voorvader Sutelah. Onder deze stam viel de familie van de Eranieten, genoemd naar Eran, een zoon van Sutelah. De Bachrieten, genoemd naar hun voorvader Becher. De Tahanieten, genoemd naar hun voorvader Tahan.

14De stam van Benjamin: 45.600 mannen. Tot deze stam behoorden de volgende families, genoemd naar de zonen van Benjamin: De Balieten, genoemd naar hun voorvader Bela. De families, genoemd naar de zonen van Bela, waren: De Ardieten, genoemd naar hun voorvader Ard. De Naämieten, genoemd naar hun voorvader Naäman. De Asbelieten, genoemd naar hun voorvader Asbel. De Ahiramieten, genoemd naar hun voorvader Ahiram. De Sufamieten, genoemd naar hun voorvader Sefufam. De Hufamieten, genoemd naar hun voorvader Hufam.

15De stam van Dan: 64.400 mannen. Deze stam omvatte slechts één familie, die van de Suhamieten, genoemd naar Suham, de zoon van Dan.

16De stam van Aser: 53.400 mannen. Tot deze stam behoorden de volgende families, genoemd naar de zonen van Aser: De Jimnaïeten, genoemd naar hun voorvader Jimna. De Jiswieten, genoemd naar hun voorvader Jiswi. De Beriïeten, genoemd naar hun voorvader Beria. De families die de namen van de zonen van Beria droegen, waren: De Heberieten, genoemd naar hun voorvader Heber. De Malkiëlieten, genoemd naar hun voorvader Malkiël. Aser had ook nog een dochter, genaamd Serah.

17De stam van Naftali: 45.400 mannen. Tot deze stam behoorden de volgende families, genoemd naar de zonen van Naftali: De Jahzeëlieten, genoemd naar hun voorvader Jahzeël. De Gunieten, genoemd naar hun voorvader Guni. De Jizrieten, genoemd naar hun voorvader Jezer. De Sillemieten, genoemd naar hun voorvader Sillem.

18Zo kwam het totaal aantal inzetbare mannen van Israël op 601.730.

19Toen zei de HERE tegen Mozes: "Verdeel het land onder de stammen, in verhouding tot hun grootte.

20De grotere stammen krijgen meer land, de kleinere minder.

21Laat de vertegenwoordigers van de grote stammen loten om de grote stukken land en laat de kleine stammen hetzelfde doen om de kleinere stukken."

22Dit zijn de families van de Levieten, die in de telling werden meegerekend: De Gersonieten, genoemd naar hun voorvader Gerson. De Kehathieten, genoemd naar hun voorvader Kehath. De Merarieten, genoemd naar hun voorvader Merari.

23Dit zijn de families, die voortkwamen uit de bovengenoemde families: De Libnieten, de Hebronieten, de Mahlieten, de Musieten en de Korachieten. Eén van de nakomelingen van Levi was Jochebed. Zij trouwde met Amram, een nakomeling van Kehath. Zij waren de ouders van Aäron, Mozes en hun zuster Mirjam.

24Aärons kinderen waren Nadab, Abihu, Eleazar en Ithamar.

25Maar Nadab en Abihu stierven toen zij onheilig vuur aan de HERE offerden.

26Het aantal Levieten bij de telling bedroeg 23.000, waarbij alle mannen van één maand en ouder werden meegerekend. Maar de Levieten telden niet mee bij het bepalen van het totaal aantal Israëlieten, want de Levieten kregen geen land.

27Dit waren de uitkomsten van de telling die werd gehouden door Mozes en de priester Eleazar, terwijl Israël tegenover Jericho verbleef, op de vlakten van Moab bij de Jordaan.

28Onder dit aantal Israëlieten was er niet één die ook was geteld bij de vroegere telling in de Sinaï-woestijn! (A) Want de mensen die indertijd werden geteld, waren gestorven zoals de HERE had bevolen toen Hij van hen zei: "Zij zullen sterven in de woestijn." De enige uitzonderingen waren Kaleb, de zoon van Jefunne, en Jozua, de zoon van Nun.

Copyright © 1979, 1988, 2007 by Biblica, Inc.®

Choose Translation

Switch translation for Numbers 26.

Reading Settings

Paragraph viewDisplay verses as flowing paragraphs instead of individual lines
Show verse numbersDisplay verse numbers inline
Red letterHighlight the words of Christ in red

Sign in to save your reading preferences across sessions.