Numbers 1HTB2007

1Op de eerste dag van de tweede maand in het tweede jaar na de uittocht uit Egypte, terwijl Mozes zich bevond in de tabernakel in het kamp van Israël in de woestijn op het schiereiland Sinaï, gaf de HERE hem de volgende opdracht:

2"Houd een telling onder de mannen van twintig jaar en ouder, die geschikt zijn om in het leger van Israël te vechten, ingedeeld naar hun stammen en families. U en Aäron hebben de leiding van de telling en één man uit elke stam zal u assisteren:

3***

4***

5Voor de stam Ruben: Elizur, zoon van Sedeür.

6Voor de stam Simeon: Selumiël, zoon van Zurisaddai.

7Voor de stam Juda: Nahesson, zoon van Amminadab.

8Voor de stam Issaschar: Nethaneël, zoon van Zuar.

9Voor de stam Zebulon: Eliab, zoon van Helon.

10Voor de stam Efraïm, zoon van Jozef: Elisama, zoon van Ammihud. Voor de stam Manasse, zoon van Jozef: Gamaliël, zoon van Pedazur.

11Voor de stam Benjamin: Abidan, zoon van Gideoni.

12Voor de stam Dan: Ahiëzer, zoon van Ammisaddai.

13Voor de stam Aser: Pagiël, zoon van Ochran.

14Voor de stam Gad: Eljasaf, zoon van Rehuël.

15Voor de stam Naftali: Ahira, zoon van Enan.

16Dit zijn de leiders van de stammen, die uit het volk werden gekozen.

17Diezelfde dag nog riepen Mozes, Aäron en de bovengenoemde leiders alle mannen van twintig jaar en ouder bijeen om zich te laten tellen. De mannen stelden zich op volgens stam en familie, zoals de HERE Mozes had opgedragen, en hij telde hen.

18***

19***

20Hier volgt het resultaat van de telling: De stam Ruben: 46.500;

21***

22de stam Simeon: 59.300;

23***

24de stam Gad: 45.650;

25***

26de stam Juda: 74.600;

27***

28de stam Issaschar: 54.400;

29***

30de stam Zebulon: 57.400;

31***

32de stam Efraïm (zoon van Jozef): 40.500;

33***

34de stam Manasse (zoon van Jozef): 32.200;

35***

36de stam Benjamin: 35.400;

37***

38de stam Dan: 62.700;

39***

40de stam Aser: 41.500;

41***

42de stam Naftali: 53.400;

43***

44totaal: 603.550.

45***

46***

47Bij dit totaal zijn de Levieten niet inbegrepen, want de HERE had tegen Mozes gezegd: "Houd de stam Levi apart en tel hun aantal niet,

48***

49***

50want zij zijn aangewezen voor het werk in de tabernakel en zorgen ook voor de verplaatsing ervan. Zij moeten dicht bij de tabernakel wonen

51en als hij moet worden verplaatst, moeten de Levieten hem afbreken en weer opbouwen. Iemand anders die de tabernakel aanraakt, moet ter dood worden gebracht.

52Elke stam van Israël zal een eigen plaats in het kamp hebben met een eigen banier.

53De tenten van de Levieten zullen rondom de tabernakel worden gegroepeerd als een muur tussen het volk Israël en Gods grote toorn, om hen te beschermen tegen Zijn vreselijke toorn over hun zonden."

54Zo werden de opdrachten die de HERE Mozes had gegeven, uitgevoerd.

Copyright © 1979, 1988, 2007 by Biblica, Inc.®

Choose Translation

Switch translation for Numbers 1.

Reading Settings

Paragraph viewDisplay verses as flowing paragraphs instead of individual lines
Show verse numbersDisplay verse numbers inline
Red letterHighlight the words of Christ in red

Sign in to save your reading preferences across sessions.