Matthew 2HTB2007

1Jezus werd geboren in Bethlehem in de provincie Judea. Koning Herodes was toen aan het bewind. In dezelfde tijd kwamen er enkele sterrenkundigen uit het oosten naar Jeruzalem.

2"Waar kunnen wij de nieuwe koning van de Joden vinden?" vroegen zij. "Want in ons land, ver in het oosten, hebben wij een bijzondere ster zien opgaan. Daardoor wisten wij dat de grote Joodse koning geboren was. Wij zijn gekomen om Hem eer te bewijzen."

3Toen koning Herodes dit hoorde, raakte hij in paniek. In de stad was de spanning voelbaar.

4Hij riep de leidende priesters en de godsdienstleraars bijeen en vroeg of zij wisten waar de Christus zou worden geboren.

5"In Bethlehem", antwoordden zij. "In Judea. Want de profeet Micha heeft geschreven:

6'Bethlehem in Efratha, u bent één van de kleinste steden in Juda, maar toch zult u de geboorteplaats zijn van onze Koning, die mijn volk zal leiden."

7Herodes liet de sterrenkundigen in het geheim bij zich komen. Na te hebben uitgehoord wanneer zij de ster voor het eerst hadden gezien, liet hij hen gaan en zei:

8"Ga naar Bethlehem en zoek het kind. Als u het hebt gevonden, kom dan terug om mij er alles over te vertellen. Want ik wil Hem ook eer gaan bewijzen."

9Toen reisden de sterrenkundigen verder. Tot hun verrassing stond de bijzondere ster, die zij in het oosten hadden gezien, plotseling wéér aan de hemel.

10De ster ging voor hen uit en bleef stilstaan boven het huis waar het kind woonde.

11Zij gingen naar binnen en vonden het kind en Zijn moeder Maria. Eerbiedig knielden zij voor Hem neer. Zij gaven Hem kostbare geschenken: goud, wierook en mirre.

12Maar zij gingen niet via Jeruzalem naar hun land terug. God had hen in een droom gewaarschuwd niet bij Herodes langs te gaan. Daarom kozen zij een andere weg.

13Nadat zij waren vertrokken, zag Jozef in een droom een engel van God. "Luister, Jozef", zei hij. "Vlucht met het kind en Zijn moeder naar Egypte en blijf daar tot ik zeg dat u kunt terugkomen. Want Herodes zal alles doen om het kind te doden."

14Jozef stond meteen op en vertrok diezelfde nacht nog met Maria en het kind naar Egypte. Hij bleef daar tot Herodes gestorven was.

15Daarmee werden de woorden van de profeet Hosea werkelijkheid: "Toen Israël nog een kind was, hield Ik van hem als van een zoon en Ik haalde mijn zoon uit Egypte."

16Herodes was woedend toen hij ontdekte dat de sterrenkundigen stiekem het land hadden verlaten. Hij stuurde een afdeling soldaten naar Bethlehem en liet daar alle jongetjes, jonger dan twee jaar, doden. Niet alleen in de stad zelf, maar ook in de omgeving. De sterrenkundigen hadden namelijk gezegd dat het ongeveer twee jaar geleden was dat zij de ster voor het eerst hadden gezien.

17Zo gebeurde wat de profeet Jeremia al lang geleden had gezegd:

18"In Rama wordt bitter getreurd. Rachel huilt om haar kinderen en wil zich niet laten troosten. Er zijn geen kinderen meer over."

19Na de dood van koning Herodes zag Jozef in een droom opnieuw een engel van God.

20Hij zei: "Ga met het kind en Zijn moeder terug naar Israël. Want de mensen die Hem wilden doden, zijn gestorven."

21Jozef verliet met zijn gezin het land Egypte en ging naar Israël terug. Hij durfde echter niet naar Judea te gaan, omdat hij had gehoord dat Herodes' zoon Archelaüs daar nu de macht in handen had. In een droom zei God hem naar de provincie Galilea te gaan.

22***

23Daar gingen zij wonen in het stadje Nazareth. Dat klopte met de woorden van de profeten, die hadden voorspeld dat de Messias 'Nazoreeër' zou worden genoemd.

Copyright © 1979, 1988, 2007 by Biblica, Inc.®

Choose Translation

Switch translation for Matthew 2.

Reading Settings

Paragraph viewDisplay verses as flowing paragraphs instead of individual lines
Show verse numbersDisplay verse numbers inline
Red letterHighlight the words of Christ in red

Sign in to save your reading preferences across sessions.