Matthew 10HTB2007

1Jezus riep Zijn twaalf discipelen en gaf hun macht om boze geesten te verjagen en alle ziekten en kwalen te genezen.

2Dit zijn de namen van Zijn twaalf discipelen: Simon (ook wel Petrus genoemd) en diens broer Andreas, Jakobus en Johannes (-) allebei zonen van Zebedeüs,

3Filippus en Bartholomeüs, Thomas en Mattheüs (de tolontvanger), Jakobus (de zoon van Alfeüs) en Thaddeüs,

4Simon de Zeloot (a) en Judas Iskariot (door wie Jezus is verraden).

5Jezus stuurde hen erop uit met de opdracht: "Ga niet naar de ongelovigen of de Samaritanen,

6maar alleen naar het volk van Israël, Gods verloren schapen.

7Vertel hun dat het Koninkrijk van de hemelen vlakbij is.

8Maak zieken gezond. Laat doden weer levend worden. Genees melaatsen. Verdrijf boze geesten. Jullie mogen er niets voor vragen, omdat je het zelf ook voor niets hebt gekregen.

9Neem geen geld mee, geen reistas met extra kleren en schoenen. Zelfs geen wandelstok. Want je zult krijgen wat je nodig hebt.

10***

11Wanneer jullie in een stad of dorp komen, zoek dan iemand bij wie je kunt logeren. Blijf daar tot je weer verder gaat.

12Wees vooral vriendelijk tegen hem die jullie onderdak verleent.

13Wens zijn gezin vrede toe, als je er goed wordt ontvangen, maar niet als je er slecht wordt ontvangen.

14Als er steden of dorpen zijn waar ze niets van je willen weten, ga dan meteen verder en schud het stof van je voeten af.

15Werkelijk, zo'n stad zal er op de dag van het grote oordeel erger aan toe zijn dan de beruchte steden Sodom en Gomorra.

16Ik stuur jullie erop uit als schapen onder wolven. Wees zo verstandig en oplettend als slangen, en zo oprecht en onschuldig als duiven.

17Maar pas op! Men zal jullie voor de rechtbanken brengen en afranselen in de synagogen.

18Jullie moeten terechtstaan voor presidenten en koningen, omdat jullie bij Mij horen. Dat zijn kansen hun over Mij te vertellen en de wereld te laten weten wie Ik ben.

19Als je wordt gearresteerd, hoef je je geen zorgen te maken over wat je moet zeggen. De juiste woorden zullen je op het juiste moment worden ingegeven.

20Dan zijn jullie het niet die spreken. Dan is het de Geest van je hemelse Vader die door je spreekt.

21De ene broer zal de andere ter dood laten brengen. Vaders zullen dat zelfs doen met hun eigen kinderen. Kinderen zullen de hand tegen hun ouders opheffen en hen vermoorden.

22Iedereen zal jullie haten omdat jullie bij Mij horen. Maar wie standhoudt tot het allerlaatst, zal worden gered.

23Wanneer je in de ene stad wordt vervolgd, vlucht dan naar de andere. Want Ik zal terugkomen voordat jullie ze allemaal hebben bereikt.

24Een leerling is niet meer dan zijn leraar en een knecht niet meer dan zijn baas.

25Een leerling mag blij zijn als hij zo wordt als zijn leraar, en een knecht als hij wordt als zijn baas. Ze hebben Mij, als de leider, uitgescholden voor 'duivel'. Wat zullen zij dan wel van jullie zeggen?

26Maar wees niet bang voor de mensen die je kwaad willen doen. Want er komt een tijd dat de waarheid aan het licht wordt gebracht. Alle geheimen worden dan bekendgemaakt.

27Wat Ik nu in het donker zeg, vertel dat rond zodra het licht wordt. Wat Ik je in het oor fluister, schreeuw het van de daken!

28Wees niet bang voor hen die wel je lichaam kunnen doden, maar niet je ziel. Wees alleen bang voor God die zowel je ziel als je lichaam kan vernietigen in de hel.

29Geen enkele mus valt op de grond zonder dat je hemelse Vader ervan weet.

30En wat kost nu een mus? Bijna niets. Zelfs de haren op je hoofd zijn allemaal geteld.

31Maak je dus geen zorgen. Jij bent God veel meer waard dan een zwerm mussen.

32Als je er bij de mensen openlijk voor uitkomt dat Ik je vriend ben, zal Ik er ook bij mijn hemelse Vader openlijk voor uitkomen dat jij mijn vriend bent.

33Maar als je voor de mensen net doet of je Mij niet kent, zal Ik ook tegen mijn hemelse Vader net doen of Ik jou niet ken.

34Denk niet dat Ik ben gekomen om vrede op aarde te brengen. Nee, eerder een zwaard.

35Ik ben gekomen om verdeeldheid te brengen tussen vader en zoon, tussen moeder en dochter, tussen schoonmoeder en schoondochter.

36Iemands ergste vijanden zullen in zijn eigen huis wonen.

37Wie meer van zijn vader of moeder houdt dan van Mij, is niet waard mijn discipel te zijn. En wie meer van zijn zoon of dochter houdt dan van Mij, is niet waard mijn discipel te zijn.

38Wie weigert zijn kruis op te nemen en Mij te volgen, is niet waard mijn discipel te zijn.

39Wie zijn leven niet wil opgeven, zal het verliezen. Maar wie zijn leven opgeeft voor Mij, zal het behouden.

40Wie jullie ontvangt, ontvangt Mij. En wie Mij ontvangt, ontvangt God Die Mij gestuurd heeft.

41Wie een profeet ontvangt omdat hij een knecht van God is, zal dezelfde beloning krijgen als een profeet. Wie een goed man ontvangt omdat hij goed is, zal dezelfde beloning krijgen als hij.

42En wie jullie, die mijn discipelen zijn, een beker koud water geeft, zal zeker worden beloond."

Copyright © 1979, 1988, 2007 by Biblica, Inc.®

Choose Translation

Switch translation for Matthew 10.

Reading Settings

Paragraph viewDisplay verses as flowing paragraphs instead of individual lines
Show verse numbersDisplay verse numbers inline
Red letterHighlight the words of Christ in red

Sign in to save your reading preferences across sessions.