Mark 10HTB2007

1Jezus verliet Kapernaüm en ging naar het bergland van Judea en het Overjordaanse. Er liepen veel mensen met Hem mee en Hij vertelde hun, net als altijd, over God.

2Er kwamen enkele Farizeeërs naar Hem toe. Om Hem uit Zijn tent te lokken, vroegen zij: "Mag een man van zijn vrouw scheiden?"

3Hij vroeg: "Wat staat daarover in de wet van Mozes?"

4"Dat het mag", antwoordden zij, "maar hij moet haar wel een brief meegeven, waarin staat dat zij niet langer zijn vrouw is."

5"Dat staat er", zei Jezus, "omdat u uw vrouw toch wegstuurt als dat u uitkomt.

6Maar God is tegen de echtscheiding. Want vanaf de schepping heeft Hij de man en de vrouw voor elkaar gemaakt.

7Daarom moet een man zijn vader en moeder verlaten om te trouwen.

8Hij en zijn vrouw zijn dan niet langer twee, maar één. Wat God bij elkaar heeft gebracht, mag door geen mens worden gescheiden."

9***

10Later, toen Hij met Zijn discipelen weer thuis was, begonnen die er ook over.

11Hij zei: "Als een man zijn vrouw verlaat en met een ander trouwt, pleegt hij overspel.

12En als een vrouw haar man verlaat en met een ander trouwt, pleegt ook zij overspel."

13Enkele moeders brachten hun kinderen bij Jezus. Zij wilden graag dat Hij ze zou aanraken, maar de discipelen traden daartegen op.

14Jezus zag het en nam hun dat kwalijk. "Laat die kinderen toch bij Mij komen", zei Hij. "Houd ze niet tegen, want juist voor kinderen is het Koninkrijk van God.

15Het is zelfs zo dat wie niet als een kind in het Koninkrijk van God gelooft, er nooit kan komen."

16Hij nam de kinderen in Zijn armen, legde Zijn handen op hun hoofd en zegende hen.

17Toen Hij weer verder ging, kwam er een man aanrennen. Hij viel voor Jezus op de knieën en zei: "Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te krijgen?"

18"Waarom noemt u Mij goed?" vroeg Jezus. "Alleen God is toch goed? U weet wat u te doen staat: U mag niet doden, geen overspel plegen en niet stelen; u mag niet liegen, niemand bedriegen en moet respect hebben voor uw vader en moeder."

19***

20"Daar heb ik mij altijd aan gehouden", zei de man.

21Het was duidelijk zichtbaar dat Jezus genegenheid had voor deze man. Hij keek hem aan en zei: "Er is één ding dat u niet hebt gedaan. Ga naar huis, verkoop alles wat u hebt en geef het geld aan de armen. Kom dan terug en volg Mij. Dan zult u rijk zijn in de hemel."

22Het gezicht van de man betrok. Verdrietig ging hij weg, want hij was erg rijk.

23Jezus keerde Zich om en zei tegen Zijn discipelen: "Wat is het voor rijke mensen moeilijk om in het Koninkrijk van God te komen."

24De discipelen waren hoogst verbaasd. Daarom zei Jezus: "Ja, het is verschrikkelijk moeilijk om in het Koninkrijk van God te komen.

25Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te kruipen, dan voor een rijke om in het Koninkrijk van God te komen."

26De discipelen wisten niet meer wat zij ervan moesten denken. "Maar wie kan er dan ooit gered worden?" vroegen zij.

27Jezus keek hen aan en zei: "Menselijk gezien, niemand! Maar bij God is alles mogelijk."

28"Wij hebben alles achtergelaten om U te volgen", merkte Petrus op.

29Jezus antwoordde: "Ieder die zijn huis, broers, zusters, vader, moeder, kinderen of bezittingen uit liefde voor Mij verlaat en andere mensen over het plan van God vertelt,

30krijgt honderd keer zoveel terug. Hier en nu. Huizen, broers, zusters, moeders, kinderen en bezittingen; dat staat vast. Maar hij zal ook worden vervolgd.

31En in de komende wereld krijgt hij het eeuwige leven. Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten."

32Zij waren op weg naar Jeruzalem en Jezus liep voorop. De mensen die met Hem meeliepen, waren verbijsterd en bang. Jezus nam Zijn twaalf discipelen nog even apart. Hij vertelde hun wat Hem in Jeruzalem te wachten stond.

33"Ik zal daar in de handen van de leidende priesters en godsdienstleraars vallen", zei Hij. "Zij zullen Mij ter dood veroordelen en uitleveren aan de Romeinen.

34Ze zullen Mij bespotten, spugen, geselen en tenslotte vermoorden. Maar op de derde dag zal Ik weer levend worden."

35Jakobus en Johannes kwamen naast Hem lopen. "Meester", zeiden zij, "wij willen U iets vragen. U moet iets voor ons doen."

36"Wel?" vroeg Jezus, "wat kan Ik voor jullie doen?"

37"Mogen wij in Uw Koninkrijk naast U op de troon zitten?" vroegen zij, "de één links en de ander rechts van U?"

38Jezus antwoordde: "Je weet niet wat je vraagt! Kunnen jullie de beker drinken, die Ik moet drinken? Of de vreselijke dingen doorstaan, die Ik moet doorstaan?"

39"Ja", zeiden zij. "Jullie zullen inderdaad uit dezelfde beker drinken als Ik", zei Hij, "en dezelfde vreselijke dingen meemaken.

40Maar wie in mijn Koninkrijk naast Mij zullen zitten, maak Ik niet uit. Dat bepaalt God."

41Toen de tien andere discipelen hoorden wat Jakobus en Johannes hadden gevraagd, namen zij het hen erg kwalijk.

42Jezus riep hen bij Zich en zei: "Jullie weten wel dat de mannen die het voor het zeggen hebben, de bevolking onderdrukken en misbruik maken van hun macht.

43Maar onder jullie moet het anders gaan. Wie groot wil zijn, moet jullie dienaar worden.

44En wie de voornaamste wil zijn, moet ieders slaaf worden.

45Want zelfs Ik, de Mensenzoon, ben niet gekomen om Mij te laten dienen. Nee, Ik ben gekomen om te dienen en mijn leven te geven als losgeld voor velen."

46Zij kwamen in Jericho aan. Later, toen Hij met Zijn discipelen uit de stad vertrok, liepen er heel veel mensen met hen mee.

47Langs de weg zat een blinde bedelaar, Bartimeüs. Zodra deze hoorde dat Jezus van Nazareth eraan kwam, begon hij te schreeuwen: "Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!"

48"Houd je mond!" snauwden de mensen. Maar Bartimeüs trok er zich niets van aan en schreeuwde nog harder: "Zoon van David, heb toch medelijden met mij!"

49Jezus bleef staan: "Roep hem eens hier", zei Hij. Zij riepen de blinde man. "Je boft", zeiden ze. "Kom, Hij roept je!"

50De man gooide zijn jas neer, sprong op en liep naar Jezus toe.

51"Wat kan Ik voor u doen?" vroeg Jezus. "Och, Here", antwoordde de blinde man, "ik wil zo graag kunnen zien!"

52"Dat kan", zei Jezus. "Omdat u op Mij vertrouwt, bent u genezen." Op datzelfde moment kon de man weer zien. En hij ging met Jezus mee naar Jeruzalem.

Copyright © 1979, 1988, 2007 by Biblica, Inc.®

Choose Translation

Switch translation for Mark 10.

Reading Settings

Paragraph viewDisplay verses as flowing paragraphs instead of individual lines
Show verse numbersDisplay verse numbers inline
Red letterHighlight the words of Christ in red

Sign in to save your reading preferences across sessions.