1Tenslotte verbrak Job het stilzwijgen en vervloekte de dag van zijn geboorte.
2"Vervloekt is de dag waarop ik werd geboren", zei hij, "en ook de nacht waarin men zei: 'We hebben een zoon!'
3***
4Laat die dag voor altijd worden vergeten. Laat hem in de eeuwige duisternis verdwijnen; laat God er niet aan denken.
5Ja, laat de duisternis hem maar opslokken, hem overschaduwen met een donkere wolk en laat de zwartheid zijn licht overheersen.
6Laat hem maar van de kalender verdwijnen, zodat hij nooit meer wordt beschouwd als een dag van die maand in dat jaar!
7Laat het een doodse en vreugdeloze nacht zijn.
8Laten de geoefende vervloekers hem maar vervloeken.
9Laat de sterren van die nacht verdwijnen en laat hem verlangen naar het morgenlicht zonder het ooit te zien.
10Vervloek hem, omdat hij mijn moeders schoot niet gesloten hield en mij geboren liet worden, zodat ik nu al deze ellende met mijn eigen ogen moet zien.
11Waarom ben ik niet dood ter wereld gekomen of tijdens de geboorte gestorven?
12Waarom hebben knieën mij opgewacht, waarom borsten om mij te voeden?
13Was ik maar bij mijn geboorte gestorven, dan zou ik nu van de rust genieten en
14zou ik in vrede liggen naast koningen en machthebbers die vroeger ruïnes herbouwden en naast vorsten met paleizen vol schatten van zilver en goud.
15***
16Och, was ik maar een miskraam geweest; dan was ik als hen geweest, die het licht niet hebben gezien!
17Want in de dood maken de goddelozen geen moeilijkheden meer mee en hebben de vermoeiden rust.
18Daar komen zelfs de gevangenen tot rust, omdat er geen gevangenbewaarder is die hen dwarszit.
19Rijk en arm zijn daar gelijk en de slaaf is daar uiteindelijk vrij van zijn meester.
20Waarom krijgen rampzaligen en mensen, die bitter bedroefd zijn licht en leven, terwijl zij verlangen naar een dood die maar niet komen wil? Zij zoeken die dood meer dan anderen naar voedsel en geld zoeken!
21***
22Wat een vreugdevolle bevrijding als zij tenslotte toch sterven.
23Waarom wordt een mens geboren als God hem een uitzichtloos leven geeft waaruit geen ontsnapping mogelijk is?
24Ik kan niet eten, want mijn keel zit dicht van het zuchten, mijn klachten vloeien als water over mijn lippen.
25Wat ik altijd heb gevreesd, is nu gebeurd.
26Ik vind geen vrede en geen stilte; rust ken ik niet, alleen ellende."