Jeremiah 46HTB2007

1Hier volgen de boodschappen, die de HERE aan Jeremia gaf met betrekking tot andere volken.

2DE EGYPTENAREN Deze boodschap tegen Egypte werd gegeven na de slag bij Karkemis, waar het leger van Farao Necho bij de Eufraat werd verslagen door koning Nebukadnezar van Babel. Dat gebeurde in het vierde regeringsjaar van koning Jojakim van Juda, de zoon van Josia:

3Neem al uw schilden en trek ten strijde, Egyptenaren!

4Maak uw paarden klaar en stijg op. Neem uw posities in, zet uw helmen op, slijp uw speren en trek uw wapenrusting aan.

5Maar kijk! Het Egyptische leger slaat in paniek op de vlucht; verslagen rennen de dapperste soldaten weg zonder achterom te kijken. Ja, de angst zal hen aan alle kanten omringen, zegt de HERE.

6Zelfs de snelsten kunnen niet ontsnappen, evenmin als de sterksten. In het noorden, langs de Eufraat, zullen zij struikelen en vallen.

7Wat is dat voor een machtig leger, oprijzend als de Nijl, die bij vloed al het land overstroomt?

8Het is het Egyptische leger dat brult dat het de aarde zal overstromen als een stormvloed, de steden zal verwoesten en elke tegenstander vernietigen.

9Kom dan maar, paarden, strijdwagens en dappere soldaten van Egypte! Kom op, mannen uit Kusch en Put, die het schild hanteren en de boog spannen!

10Want dit is de dag van de HERE, de God van de hemelse legers, een dag van wraak op Zijn vijanden. Het zwaard zal verslinden tot het doordrenkt, ja, dronken is van uw bloed, want de HERE, de God van de hemelse legers, zal vandaag een offer ontvangen in het noordelijke land aan de oevers van de Eufraat!

11Ga naar Gilead om zalf te halen, maagdelijke dochter van Egypte! Maar al gebruikt u nog zoveel geneesmiddelen, voor u bestaat geen genezing.

12De volken hebben gehoord over uw schande. De aarde is gevuld met uw kreten van vertwijfeling en verslagenheid; uw beste soldaten zullen over elkaar struikelen en samen vallen.

13Toen gaf de HERE Jeremia de volgende boodschap over de komst van koning Nebukadnezar van Babel om Egypte aan te vallen:

14Roep het om in Egypte; maak het bekend in de steden Migdol, Memfis en Tachpanhes! Maak u klaar voor de strijd, want het vernietigende zwaard zal iedereen verslinden.

15Waarom is uw sterke held (A) gevallen en niet weer opgestaan? Omdat de HERE hem neersloeg.

16Velen zijn gestruikeld en vallen over elkaar heen. Dan zal de rest van dat leger zeggen: "Laten wij teruggaan naar ons vaderland, weg van deze slachtpartij!"

17Thuisgekomen roepen ze: "Farao is een opschepper, hij heeft zijn kans niet gegrepen."

18Zowaar Ik leef, zegt de koning, de HERE van de hemelse legers, er komt iemand naar Egypte (B), die net zo groot is als de berg Tabor of de berg Karmel aan de kust!

19Pak uw bezittingen bij elkaar, maak u klaar om in ballingschap te gaan, inwoners van Egypte, want de stad Memfis zal totaal worden verwoest en zonder overlevenden worden achtergelaten.

20Egypte lijkt op een mooie jonge koe, maar een horzel uit het noorden komt op haar af! Zelfs haar befaamde huurlingen lijken nu op vetgemeste kalveren. Zij draaien zich om en zetten het op een rennen, want dit is een rampzalige dag voor Egypte, de tijd voor de straf.

21***

22Sissend als een wegglijdende slang vlucht Egypte; het aanvallende leger marcheert binnen. Talloze soldaten slaan uw mensen neer als houthakkers die een bos omkappen.

23***

24Egypte is hulpeloos als een jong meisje tegenover de mannen uit het noorden.

25De HERE van de hemelse legers, de God van Israël, zegt: Ik zal Amon, de god van Thebe, en alle andere Egyptische goden straffen. Ook Farao zal Ik straffen, evenals allen die op hem vertrouwen.

26Ik zal hen in handen geven van degenen die hen naar het leven staan, in handen van koning Nebukadnezar van Babel en zijn leger. Pas lang daarna zal het land zich weer herstellen van de door de oorlog aangerichte verwoestingen.

27Maar u hoeft niet bang te zijn, volk van Mij dat terugkeert naar uw eigen land. Wees niet angstig, want Ik zal u uit de verte beschermen en uw kinderen uit den vreemde terugbrengen. Ja, Israël zal terugkeren en rust krijgen. Niets zal haar nog bang maken.

28Vrees niet, mijn dienaar Jakob, zegt de HERE, want Ik ben bij u. De volken waarheen Ik u in ballingschap stuur, zal Ik vernietigen, maar u verwoest Ik niet volledig. Ik zal u straffen, maar niet meer dan nodig is om u op het rechte pad te houden.

Copyright © 1979, 1988, 2007 by Biblica, Inc.®

Choose Translation

Switch translation for Jeremiah 46.

Reading Settings

Paragraph viewDisplay verses as flowing paragraphs instead of individual lines
Show verse numbersDisplay verse numbers inline
Red letterHighlight the words of Christ in red

Sign in to save your reading preferences across sessions.