1Op die dag zal de HERE Zijn vreselijke, flitsende zwaard nemen en Leviathan, het snel bewegende reptiel, de kronkelende slang, de draak van de zee, doden.
2Laat op die dag van Israëls vrijheid dit lied worden gezongen:
3Israël is mijn wijngaard; Ik, de HERE, zal de mooie druiventrossen verzorgen en opkweken; elke dag zal Ik ze water geven en dag en nacht zal Ik de wacht houden tegen alle vijanden.
4Mijn toorn tegen Israël is verdwenen. Als Ik dorens en distels vind die haar lastig vallen, zal Ik ze verbranden, tenzij deze vijanden van Mij zich overgeven en smeken om vrede en mijn bescherming.
5***
6Er zal een tijd komen dat Israël wortelschiet, uitbot en bloeit en de hele wereld met haar vruchten vult!
7Heeft God Israël net zo zwaar gestraft als Hij haar vijanden strafte? Nee, want Hij heeft haar vijanden vernietigd, terwijl Hij Israël slechts licht strafte door haar ver van het eigen land in ballingschap te sturen, als werd zij weggeblazen als kaf door een storm.
8***
9En waarom God dat deed? Om haar zonden te verzoenen en haar te ontdoen van haar afgodenaltaren en afgoden. Zij zullen nooit meer worden aanbeden.
10De ommuurde steden zullen stil en verlaten zijn, de huizen verwaarloosd. Er zal gras in de straten groeien en koeien zullen in de stad grazen en de twijgen en takken afbreken.
11Mijn volk is als de dode takken van een boom, die worden afgebroken en onder etenspotten worden opgestookt. Deze mensen vormen een onverstandige natie, een dom volk, want zij keren zich van God af. Daarom zal Degene Die hen maakte, geen medelijden hebben en hen niet genadig zijn.
12Toch zal er een tijd komen dat de HERE hen één voor één bij elkaar zoekt als met de hand uitgezocht koren. Hij zal hen overal vandaan opnemen van Zijn grote dorsvloer, die tussen de Eufraat en de Egyptische grens ligt.
13Die dag zal er op de grote trompet worden geblazen en velen, die op het punt stonden tussen hun vijanden, Assur en Egypte, ten onder te gaan, zullen gered worden en naar Jeruzalem teruggebracht om de HERE op Zijn heilige berg te aanbidden.