Genesis 33HTB2007

1Toen zag Jakob in de verte Esau met 400 man aankomen.

2Hij zette zijn gezin in een rij met zijn twee bijvrouwen en hun kinderen voorop, daarachter Lea met haar kinderen en helemaal achteraan Rachel met Jozef.

3Jakob liep naar voren tot hij bij zijn broer kwam en boog zeven keer diep voor hem.

4Maar Esau rende op hem af en omarmde hem! Ze kusten elkaar op de wangen en huilden.

5Esau wees op de vrouwen en kinderen en vroeg: "Wie zijn dat, die je daar bij je hebt?" "Mijn kinderen", antwoordde Jakob.

6Zijn bijvrouwen en hun kinderen kwamen naar voren en bogen diep voor Esau.

7Daarna deden Lea en haar kinderen hetzelfde, evenals Rachel en Jozef.

8"En wat waren dat voor dieren, die ik tegenkwam?" vroeg Esau. Jakob antwoordde: "Dat waren geschenken voor jou om je gunstig te stemmen!"

9"Broer, ik heb al genoeg", lachte Esau, "hou jij je dieren maar."

10"Nee, ik wil graag dat je die geschenken aanneemt", zei Jakob. "Het is een hele opluchting voor mij dat je ons zo vriendelijk tegemoet komt. Dat ik jou in deze stemming mag ontmoeten, betekent voor mij evenveel als de vertroostende blik van God.

11Neem mijn geschenken alsjeblieft aan, want God is erg goed voor mij geweest. Ik heb toch alles", was Jakobs antwoord. Daarop nam Esau dan toch de geschenken maar aan.

12"Nou, laten we dan maar gaan", zei Esau. "Mijn mannen en ik zullen bij jullie blijven en jullie begeleiden."

13Maar Jakob wierp tegen: "Zoals je ziet, zijn sommige kinderen nog erg klein en het vee heeft ook jongen. Als die te snel worden gedreven, zullen ze doodgaan.

14Ga jij maar vast vooruit, wij volgen wel in ons eigen tempo en dan ontmoeten we elkaar in Seïr."

15"Goed", zei Esau, "maar dan zal ik een aantal mannen bij je laten om je te helpen en de weg te wijzen." "Nee", hield Jakob vol, "wij komen er wel. Doe alsjeblieft wat ik heb voorgesteld."

16En Esau ging diezelfde dag nog terug naar Seïr.

17Jakob en zijn metgezellen reisden door tot Sukkoth, sloegen daar hun kamp op en bouwden hutten voor de kudde. Daarom heet die plaats Sukkoth (Hutten).

18Daarna kwamen zij veilig aan in Sichem, in Kanaän en sloegen hun kamp op buiten de stad.

19Jakob kocht het stuk land, waarop hij zijn tent had opgezet, voor 100 zilverstukken van de familie van Hemor, de vader van Sichem.

20Hij bouwde daar een altaar en noemde het: 'De God van Israël is God.'

Copyright © 1979, 1988, 2007 by Biblica, Inc.®

Choose Translation

Switch translation for Genesis 33.

Reading Settings

Paragraph viewDisplay verses as flowing paragraphs instead of individual lines
Show verse numbersDisplay verse numbers inline
Red letterHighlight the words of Christ in red

Sign in to save your reading preferences across sessions.