Genesis 28HTB2007

1Daarom sprak Isaäk met Jakob, zegende hem en zei: "Trouw niet met een Kanaänitisch meisje.

2Ga liever naar Paddan-Aram, naar het huis van je grootvader Bethuël en trouw met één van je nichten, de dochters van je oom Laban.

3De Almachtige God zegene je en geve je vele kinderen, die uitgroeien tot vele volken.

4Hij geve jou en je nakomelingen de zegeningen, die Hij Abraham heeft beloofd. Hij geve je het land, waarin wij nu als vreemdelingen wonen en dat Hij Abraham al heeft beloofd."

5Zo stuurde Isaäk Jakob naar Paddan-Aram om zijn oom Laban, de broer van zijn moeder en de zoon van de Arameeër Bethuël, te bezoeken.

6Esau begreep dat zijn vader een afkeer had van de meisjes, die bij hen in de buurt woonden. Zijn vader en moeder hadden Jakob naar Paddan-Aram gestuurd om daar een vrouw te zoeken en hadden hem gewaarschuwd voor de Kanaänitische meisjes.

7Jakob had naar hen geluisterd en was naar Paddan-Aram vertrokken.

8Nu wendde Esau zich tot de familie van zijn oom Ismaël en haalde daar zijn derde vrouw vandaan:

9Mahalath, de zuster van Nebajoth en dochter van Abrahams zoon Ismaël.

10Jakob was inmiddels uit Berséba vertrokken en reisde naar Haran.

11Toen hij op een avond stopte om zijn kamp op te slaan, vond hij een steen, die hij als hoofdkussen gebruikte en viel in slaap.

12Hij droomde en zag een ladder, die vanuit de hemel naar de aarde liep. Engelen van God klommen op en neer langs de ladder.

13Bovenaan de ladder stond de HERE. "Ik ben de HERE", zei Hij, "de God van Abraham en van uw vader Isaäk. De grond waarop u ligt, is van u! Ik zal hem u en uw nakomelingen geven.

14Want uw nageslacht zal talrijk zijn als het stof. Zij zullen het land bewonen van oost naar west en van zuid naar noord. Alle volken op aarde zullen via u en uw nageslacht worden gezegend.

15Ja, Ik zal bij u blijven en u beschermen, waar u ook gaat of staat. Ik zal u veilig terugbrengen naar dit land en voortdurend aan uw zijde blijven, net zolang tot Ik u alles heb gegeven wat Ik u heb beloofd."

16Toen werd Jakob wakker. "Dit is de plaats waar de HERE woont", riep hij angstig. "Vreselijk! Dit moet de poort van de hemel zijn!"

17***

18De volgende morgen stond hij vroeg op en zette zijn stenen hoofdkussen rechtop als een gedenksteen en goot er olie overheen.

19Hij noemde die plaats Bethel (Huis van God), hoewel het voorheen Luz heette.

20Jakob deed een gelofte: "Als God mij op deze reis helpt en beschermt, voor eten en kleding zorgt en mij in de toekomst veilig terugbrengt bij mijn vader, zal de HERE voortaan mijn God zijn.

21***

22Deze gedenksteen zal een heilige plaats, een huis van God zijn. Van alles wat God mij geeft, zal ik Hem een tiende deel teruggeven."

Copyright © 1979, 1988, 2007 by Biblica, Inc.®

Choose Translation

Switch translation for Genesis 28.

Reading Settings

Paragraph viewDisplay verses as flowing paragraphs instead of individual lines
Show verse numbersDisplay verse numbers inline
Red letterHighlight the words of Christ in red

Sign in to save your reading preferences across sessions.