Exodus 8HTB2007

1Na die week zei God tegen Mozes: "Ga weer naar Farao en zeg tegen hem: 'De HERE zegt: Laat mijn volk gaan om Mij te dienen.

2Als u hun dat weigert, zal Ik uw land straffen met een kikkerplaag.

3De Nijl zal wemelen van de kikkers en zij zullen overal komen; in uw huis, uw slaapkamer, uw bed. In alle huizen van uw dienaren en uw volk zult u kikkers vinden, zelfs in de bakovens zullen ze zitten. De kikkers zullen u, uw dienaren en uw onderdanen het leven onmogelijk maken."

4***

5De HERE vervolgde: "Zeg tegen Aäron dat hij zijn arm uitstrekt over de rivieren, de kanalen en de poelen en dat hij het land laat wemelen van de kikkers."

6Toen stak Aäron zijn arm uit over de Egyptische wateren en de kikkers kwamen van alle kanten opzetten en overstroomden het hele land.

7Maar de geleerden deden met hun toverkunsten hetzelfde en lieten op hun beurt een golf van kikkers over het land komen.

8Farao riep Mozes en Aäron bij zich en zei: "Bid tot uw God en vraag Hem of Hij de kikkers wil weghalen, dan zal ik uw volk laten gaan zodat zij kunnen offeren."

9Mozes zei: "Wilt u zo vriendelijk zijn mij te zeggen wanneer u wilt dat ik voor u zal bidden, opdat de kikkers zullen verdwijnen. Alleen in de Nijl zullen dan nog kikkers achterblijven."

10Farao antwoordde: "Doe het morgen." En Mozes zei: "Zoals u wilt. U zult dan zien dat niemand gelijk is aan de HERE, onze God.

11De kikkers zullen u, uw huizen, uw dienaren en uw onderdanen met rust laten; alleen in de Nijl zullen er nog achterblijven."

12Toen verlieten Mozes en Aäron Farao en Mozes bad tot de HERE en vroeg Hem de kikkerplaag te beëindigen.

13De HERE verhoorde Mozes' gebed en liet de kikkers sterven. Overal lagen dode kikkers, die een vieze stank verspreidden.

14Ze werden op grote hopen bij elkaar gegooid.

15Toen Farao echter zag dat de overlast van de kikkers was verdwenen, verhardde hij zijn hart en weigerde het volk te laten gaan. Precies zoals de HERE had voorzegd.

16De HERE zei toen tegen Mozes: "Zeg tegen Aäron dat hij met zijn staf op het stof van de aarde slaat. Het stof zal veranderen in luizen, overal in Egypte."

17Mozes en Aäron voerden Gods opdracht uit. Aäron sloeg met zijn staf in het stof van de aarde. Opeens verschenen in heel Egypte grote hoeveelheden luizen, die op de Egyptenaren en hun dieren neerstreken. Al het stof veranderde in luizen.

18Ook deze keer probeerden de geleerden hen weer met hun toverkunsten na te doen, maar het lukte niet.

19"Dit is de hand van God", zeiden de geleerden tegen Farao. Maar Farao was opnieuw koppig. Hij weigerde naar hen te luisteren, precies zoals de HERE het van tevoren had gezegd.

20Toen zei de HERE tegen Mozes: "Sta vroeg op en klamp Farao aan wanneer hij naar de rivier gaat om te baden. Zeg tegen hem: 'De HERE zegt: Laat mijn volk gaan om Mij te dienen.

21Als u dat niet doet, zal Ik steekvliegen op u, uw dienaren en uw onderdanen loslaten. De huizen en zelfs de grond waarop zij lopen, zal wemelen van de steekvliegen.

22Maar in het land Gosen waar mijn volk woont, zullen geen steekvliegen voorkomen, zodat u zult merken dat Ik, de HERE, in dit land ben. Ik zal mijn volk uit de handen van uw volk redden!"

23***

24En de HERE voerde Zijn dreigement uit: in alle huizen en in heel Egypte wemelde het van de steekvliegen.

25Farao ontbood Mozes en Aäron opnieuw en zei: "Jullie kunnen je gang gaan. Jullie mogen in dit land offers brengen aan je God, dan hoeven jullie niet de woestijn in te trekken."

26Maar Mozes antwoordde: "Dat kan niet. De Egyptenaren zullen er zeker aanstoot aan nemen als wij hier aan onze God offeren. Ze zouden ons stenigen!

27Nee, wij willen drie dagreizen ver de woestijn intrekken en offers brengen aan de HERE, onze God, zoals Hij het ons heeft opgedragen."

28Farao gaf toe: "Goed, ik zal het volk de woestijn in laten gaan om offers te brengen aan de HERE, hun God, maar jullie mogen niet te ver weggaan. En vergeet niet ook voor mij tot jullie God te bidden."

29Toen zei Mozes: "Ik ga nu weg; ik zal de HERE bidden en Hem vragen of Hij de steekvliegen uit de huizen en het land wil weghalen. Morgen zullen er geen steekvliegen meer zijn. Maar pas op dat u niet weer liegt en het volk opnieuw verhindert de HERE een offer te brengen."

30Daarop verliet Mozes Farao en bad tot de HERE.

31En de HERE deed wat Mozes tegen Farao had gezegd; de steekvliegen verlieten Farao, zijn dienaren en zijn onderdanen. Er bleef er niet één over.

32Maar toch liet Farao zich ook deze keer niet vermurwen; opnieuw weigerde hij het volk te laten gaan.

Copyright © 1979, 1988, 2007 by Biblica, Inc.®

Choose Translation

Switch translation for Exodus 8.

Reading Settings

Paragraph viewDisplay verses as flowing paragraphs instead of individual lines
Show verse numbersDisplay verse numbers inline
Red letterHighlight the words of Christ in red

Sign in to save your reading preferences across sessions.