1Je moet weten dat het in de laatste dagen voor de christenen erg moeilijk zal worden.
2Want de mensen zullen alleen van zichzelf en van hun geld houden; zij zullen verwaand en protserig zijn; zij zullen God belachelijk maken en hun ouders ongehoorzaam zijn; zij zullen ondankbaar en door-en-door slecht zijn.
3Zij zullen hatelijk en koppig zijn; roddelen, ruzie maken en een lage moraal hebben. Zij zullen bruut en wreed zijn en met goede mensen spotten.
4Zij zullen hun vrienden verraden; ze zullen roekeloos en opgeblazen zijn en liever hun driften volgen dan God aanbidden.
5Zij zullen wel godsdienstig doen, maar de kern van het goede nieuws afwijzen. Laat je niet met zulke mensen in.
6Zij zijn van het soort dat listig het huis van andere mensen binnendringt en vrouwen inpalmt, die zondigen en zich door hun begeerte laten beheersen.
7Zulke vrouwen lopen altijd achter nieuwe leraars aan, zonder ooit de waarheid te aanvaarden.
8En die leraars verzetten zich net zo hard tegen de waarheid als Jannes en Jambres, die zich tegen Mozes verzetten. Hun gedachten zijn onzuiver, verwrongen en verward, en zij hebben zich van het geloof afgewend.
9Maar zij kunnen daar niet altijd mee doorgaan. Op een dag zal hun dwaasheid aan het licht komen, net als de zonde van Jannes en Jambres.
10Jij echter hebt precies mijn lessen opgevolgd, mijn levenswandel, het doel dat mij voor ogen stond, mijn geloof, mijn geduld, mijn liefde voor de mensen en mijn doorzettingsvermogen.
11Je weet hoeveel moeilijkheden ik heb gehad bij de prediking van het goede nieuws. Jij weet wat mij allemaal is aangedaan toen ik Antiochië, Iconium en Lystra bezocht; maar ik ben door alles heengekomen en de Here heeft mij bevrijd.
12Ja, het is nu eenmaal zo dat wie werkelijk een met Jezus Christus willen blijven, het zwaar te verduren krijgen van de mensen die Hem haten.
13De slechte mensen en de valse leraars zullen steeds slechter worden en velen misleiden; zijzelf worden op hun beurt misleid door satan.
14Maar jij moet blijven geloven wat je is geleerd. Je weet dat het allemaal waar is, omdat je weet dat je ons kunt vertrouwen. Wij hebben het jou immers geleerd?
15Jij hebt van jongsaf aan geleerd wat er in de Boeken staat, die je het inzicht geven hoe je gered kunt worden door het geloof in Christus Jezus.
16Al de Boeken zijn door inspiratie van God geschreven en zijn nuttig om ons de waarheid te leren en ons te wijzen op wat er aan ons leven en geloof nog mankeert; ze zetten ons leven op orde en helpen ons in te zien wat juist en goed is.
17Zo maakt God ons klaar, opdat Hij ons voor alle goed werk kan gebruiken.