2 Peter 2HTB2007

1Maar zoals er vroeger mensen waren die niet echt namens God spraken, zo zullen er ook onder u mensen komen, die dingen leren die niet waar zijn. Op een heel slimme manier vertellen zij leugens over God; zij willen zelfs niets meer weten van hun Meester, Die hen heeft vrijgekocht. Maar daardoor hollen zij hun ondergang tegemoet.

2Zij zullen vele mensen zover weten te krijgen dat die er ook maar op los gaan leven. En het is hun schuld dat het leven met Christus belachelijk wordt gemaakt.

3Deze zogenaamde leraars zijn zo hebzuchtig, dat zij u van alles zullen wijsmaken om maar geld van u los te krijgen. Maar God heeft hen al veroordeeld en hun straf zal niet lang op zich laten wachten.

4God heeft zelfs opstandige, ongehoorzame engelen niet gespaard, maar in de afgrond gegooid waar zij in donkere holen opgesloten blijven tot de dag van het grote oordeel.

5Hij spaarde ook de mensen niet die vlak voor de grote overstroming leefden, behalve Noach die de mensen opriep voor God te gaan leven en zijn zeven familieleden. Maar God liet alle andere mensen, die niets van Hem wilden weten, door de grote overstroming verdrinken.

6Later keerde Hij de steden Sodom en Gomorra ondersteboven en bedekte ze met as; zij werden volledig verwoest. Daarmee stelde Hij een voorbeeld voor alle mensen die niets van Hem willen weten.

7Maar de Here redde Lot uit Sodom, omdat die aan Zijn kant stond.

8Lot werd ziek en misselijk van de uitspattingen en de losbandigheid, die hij dagelijks om zich heen zag.

9De Here kan de mensen, die doen wat Hij wil en Hem liefhebben, helpen de verleidingen te weerstaan; en Hij weet tot de grote oordeelsdag Zijn straf te bewaren voor de mensen, die zich niets van Hem aantrekken.

10Dat laatste geldt vooral voor hen die zich aan hun zwoele hartstochten overgeven, voor hen die trots en eigenzinnig zijn, die zich van enig gezag niets aantrekken en zonder blikken of blozen met geestelijke machten durven te spotten.

11Zelfs de engelen, die in de nabijheid van God leven en veel groter en machtiger zijn dan deze zogenaamde leraars, zullen deze machten niet beledigen of beschuldigen.

12Deze zogenaamde leraars hebben niet meer verstand dan wilde dieren, die geboren zijn om gevangen en verslonden te worden. Zij lachen om de geestelijke machten, waar ze in feite niets van weten. Maar zij zullen samen met die machten vernietigd worden.

13Zij zullen het loon krijgen dat zij verdienen voor al het kwaad dat zij hebben gedaan. Zij vinden het heerlijk zich overdag aan van alles te buiten te gaan. Zij zijn een schande voor God en voor u. Terwijl zij bij u aan tafel zitten, bedenken zij wat hun volgende sluwe streek zal zijn.

14Zij zijn altijd op zoek naar vrouwen die met hen naar bed willen; zij krijgen nooit genoeg van de zonde; zij verleiden mensen die niet zo vast in hun schoenen staan; hun hele leven wordt beheerst door de hebzucht, maar zij zullen niet aan de straf ontkomen.

15Zij zijn van de rechte weg afgedwaald en volgen het spoor van Bileam, de zoon van Beor, die het niet erg vond iets verkeerds te doen, zolang hij er maar voor betaald werd.

16Maar hij werd terechtgewezen door zijn ezel, die met de stem van een mens tegen hem sprak. Dat stomme dier weerhield hem ervan domme dingen te doen.

17Deze mensen zijn net opgedroogde bronnen; zij beloven veel, maar geven weinig. Zij zijn net wolken die door de wind worden voortgejaagd. Wat hun te wachten staat, is de zwarte duisternis.

18Zij pochen op hun veroveringen en zonden. Door een beroep te doen op de hartstochten, weten zij mensen te verleiden die pas hun oude, verkeerde leven de rug hebben toegekeerd.

19Zij spiegelen hun vrijheid voor, terwijl zij zelf slaven van het verderf zijn; want als de mens zich aan iets overgeeft, is hij er een slaaf van.

20Als iemand, door de Here en Redder Jezus Christus te aanvaarden, aan de verkeerde levenswijze van de wereld is ontsnapt, maar er zich later weer door laat inpalmen en overmeesteren, is hij er slechter aan toe dan ooit tevoren.

21Het zou beter zijn geweest als hij nooit had geweten hoe hij rechtvaardig leven moest. Maar nu hij het grote gebod kent en er niets meer van wil weten, geldt voor hem dit oude spreekwoord: "Een hond keert terug naar zijn eigen braaksel", en ook: "Een gewassen varken wentelt zich toch weer in de modder." (A)

Copyright © 1979, 1988, 2007 by Biblica, Inc.®

Choose Translation

Switch translation for 2 Peter 2.

Reading Settings

Paragraph viewDisplay verses as flowing paragraphs instead of individual lines
Show verse numbersDisplay verse numbers inline
Red letterHighlight the words of Christ in red

Sign in to save your reading preferences across sessions.