1 Chronicles 8HTB2007

1De zonen van Benjamin, te beginnen met de oudste, waren Bela, Asbel, Ahrah, Noha en Rafa.

2***

3De zonen van Bela waren Addar, Gera, Abihud, Abisua, Naäman, Ahoah, Gera, Sefufan en Huram.

4***

5***

6De zonen van Ehud, hoofden van de families die in Geba woonden, werden tijdens de oorlog gevangen genomen en naar Manahath gebracht. Ehuds zonen waren Naäman, Ahia en Gera, de vader van Uzza en Ahihud.

7***

8Saharaïm scheidde van zijn vrouwen Husim en Baära, maar in het land Moab had hij kinderen van zijn nieuwe vrouw Hodes. Dat waren Jobab, Zibja, Mesa, Malkam, Jeüz, Sochja en Mirma. Deze zonen werden allemaal hoofd van een familie.

9***

10***

11Zijn vrouw Husim had Abitub en Elpaäl ter wereld gebracht.

12De zonen van Elpaäl waren Heber, Misam en Semed. Deze laatste bouwde de steden Ono en Lod en de hen omringende dorpen.

13Zijn andere zonen waren Beria en Sema, beiden hoofden van families die in Ajalon woonden; zij verjaagden daar de inwoners van Gath.

14Tot Elpaäls zonen behoorden ook Ahjo, Sasak en Jeremoth.

15De zonen van Beria waren Zebadja, Arad, Eder, Michaël, Jispa en Joha.

16***

17Verder behoorden tot de zonen van Elpaäl Zebadja, Mesullam, Hizki, Heber, Jismerai, Jizlia en Jobab.

18***

19De zonen van Simeï waren Jakim, Zichri, Zabdi, Eljoënai, Zillethai, Eliël, Adaja, Beraja en Simrath.

20***

21***

22De zonen van Sasak waren Jispan, Heber, Eliël, Abdon, Zichri, Hanan, Hananja, Elam, An-thothia, Jifdeja en Pnuël.

23***

24***

25***

26De zonen van Jeroham waren Samserai, Seharja, Athalja, Jaäresja, Elia en Zichri.

27***

28Dit waren de hoofden van de families die in Jeruzalem woonden.

29Jeïël, de vader van Gibeon, woonde in Gibeon. Zijn vrouw heette Maächa.

30Zijn oudste zoon heette Abdon en werd gevolgd door Zur, Kis, Baäl, Nadab, Gedor, Ahjo, Zecher en Mikloth, de vader van Simea. Al deze families leefden bij elkaar in de buurt van Jeruzalem.

31***

32***

33Ner was de vader van Kis en Kis was de vader van Saul; tot Sauls zonen behoorden Jonathan, Malkisua, Abinadab en Esbaäl.

34Jonathans zoon heette Mefiboseth (A) en diens zoon was Micha.

35De zonen van Micha waren Pithon, Melech, Thaärea en Achaz.

36Achaz was de vader van Jehoadda, Jehoadda was de vader van Alemeth, Azmaveth en Zimri. Zimri's zoon heette Moza.

37Moza was de vader van Bina en diens zonen waren Rafa, Elasa en Azel.

38Azel had zes zonen: Azrikam, Bochru, Ismaël, Searja, Obadja en Hanan.

39Azels broer Esek had drie zonen: Ulam, de oudste, Jeüs, de tweede en Elifelet, de derde.

40Ulams zonen waren uitstekende strijders en zeer bedreven met hun pijl en boog. Deze mannen hadden 150 zonen en kleinzonen en behoorden allemaal tot de stam van Benjamin.

Copyright © 1979, 1988, 2007 by Biblica, Inc.®

Choose Translation

Switch translation for 1 Chronicles 8.

Reading Settings

Paragraph viewDisplay verses as flowing paragraphs instead of individual lines
Show verse numbersDisplay verse numbers inline
Red letterHighlight the words of Christ in red

Sign in to save your reading preferences across sessions.