Genesis 9HTB

1God zegende Noach en zijn zonen en zei hun dat zij veel kinderen zouden voortbrengen, zodat de aarde weer werd bevolkt.

4Maar één ding mag u nooit doen: vlees eten waar het bloed nog in zit, want het bloed bevat de levenskracht.

5En ook moord is verboden. Dieren die mensen doden, moeten worden gedood, net zoals mensen die het bloed van andere mensen vergieten.

6Want als u het bloed van een mens vergiet, zal uw bloed door mensen vergoten worden, want God heeft de mens als zijn evenbeeld gemaakt.

7Ja, zorg dat u veel kinderen krijgt en bevolk de aarde.’

8Toen zei God tegen Noach en zijn zonen:

18De drie zonen van Noach heetten Sem, Cham en Jafet (Cham is de voorvader van de Kanaänieten).

19Uit deze drie zonen van Noach zijn alle volken op aarde ontstaan.

22Cham, de voorvader van de Kanaänieten, bemerkte dat en vertelde het zijn broers.

23Toen zij dat hoorden, pakten Sem en Jafet een mantel, liepen achteruit hun vaders tent in en bedekten zijn naakte lichaam met de mantel. Zij keken de andere kant op terwijl zij dat deden.

28Na de grote watervloed leefde Noach nog driehonderdvijftig jaar.

29Hij werd negenhonderdvijftig jaar oud en toen stierf hij.

Choose Translation

Switch translation for Genesis 9.

Reading Settings

Paragraph viewDisplay verses as flowing paragraphs instead of individual lines
Show verse numbersDisplay verse numbers inline
Red letterHighlight the words of Christ in red

Sign in to save your reading preferences across sessions.