1 Chronicles 8HTB

11Zijn vrouw Husim had Abitub en Elpaäl ter wereld gebracht.

12De zonen van Elpaäl waren Eber, Misam en Semed. Deze laatste bouwde de steden Ono en Lod en de omringende dorpen.

13Zijn andere zonen waren Beria en Sema, beiden hoofden van families die in Ajalon woonden, zij verjaagden daar de inwoners van Gath.

14Tot Elpaäls zonen behoorden ook Ahjo, Sasak en Jeremoth.

28Dit waren de hoofden van de families die in Jeruzalem woonden.

29Jeïël, de vader van Gibeon, woonde in Gibeon. Zijn vrouw heette Maächa.

33Ner was de vader van Kis en Kis was de vader van Saul, tot Sauls zonen behoorden Jonathan, Malkisua, Abinadab en Esbaäl.

34Jonathans zoon heette Mefiboseth en diens zoon was Micha.

35De zonen van Micha waren Pithon, Melech, Thaärea en Achaz.

36Achaz was de vader van Jehoadda, Jehoadda was de vader van Alemeth, Azmaveth en Zimri. Zimriʼs zoon heette Moza.

37Moza was de vader van Bina en diens zonen waren Rafa, Elasa en Azel.

38Azel had zes zonen: Azrikam, Bochru, Ismaël, Searja, Obadja en Hanan.

39Azels broer Esek had drie zonen: Ulam, de oudste, Jeüs, de tweede en Elifelet, de derde.

40Ulams zonen waren uitstekende strijders en zeer bedreven met hun pijl en boog. Deze mannen hadden honderdvijftig zonen en kleinzonen en behoorden allemaal tot de stam van Benjamin.

Choose Translation

Switch translation for 1 Chronicles 8.

Reading Settings

Paragraph viewDisplay verses as flowing paragraphs instead of individual lines
Show verse numbersDisplay verse numbers inline
Red letterHighlight the words of Christ in red

Sign in to save your reading preferences across sessions.