1[ Jesaja zegt:] In die tijd zullen de mensen zeggen: "Ik prijs U, Heer! Want U was erg boos op mij, maar nu niet meer. Nu troost U mij.
2U bent mijn Redder. Ik zal op U vertrouwen en niet meer bang zijn. Want U bent mijn kracht en mijn lied. U heeft mij gered."
3Dan zal de Heer jullie bron van blijdschap zijn.
4En in die tijd zullen jullie zeggen:
5Zing voor de Heer, want Hij heeft geweldige dingen gedaan! De hele wereld moet het weten.
6Juich en jubel, bewoners van Sion, want de geweldige en Heilige God van Israël woont bij jullie!"